Conclusie
Nummer22/02523
Inleiding
medeplegen van oplichting”, (2) en (5) (telkens) “
oplichting” en (4) “
verduistering” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van dertien maanden met aftrek als bedoeld in artikel 27 Sr Pro. Het hof heeft hierbij tevens beslissingen genomen over het in beslag genomen geld, en beslist op de vorderingen van benadeelde partijen.
De zaak en de bewezenverklaringen
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van de oplichting van CS Factoring en de oplichting van CreditPay door aan die bedrijven nepfacturen te verkopen. Daarnaast heeft hij een BMW verduisterd, die eerder door zijn [bedrijf 1] was geleased en heeft hij Santander opgelicht door voor de aanvraag van een persoonlijke lening een valse salarisspecificatie en een vervalst bankafschrift over te leggen. Van deze reeks frauduleuze handelingen van de verdachte - en wat betreft feit 1 in samenwerking met zijn medeverdachten - zijn verschillende bedrijven het slachtoffer geworden.” [1]
1. hij in de periode van 14 oktober 2016 tot en met 24 november 2016 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, telkens met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door een of meer listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, CS Factoring B.V. heeft bewogen tot de afgifte van geldbedragen tot een totaal van ongeveer 121.192 euro,
Het eerste middel
Het bewijsverweer dat ter terechtzitting in hoger beroep is voorgedragen
Ik ben onschuldig. Er is misbruik gemaakt van mijn goedheid. Ik heb moeite met spreken in het openbaar. Toen de zaak bij de rechtbank speelde, stond ik onder zware spanning en was ik niet in staat om voor de rechtbank te verschijnen. Ook werd ik bedreigd. Iemand heeft een klinker door mijn ruit gegooid, toen ik met mijn zoontje op de bank zat. Ik ben ook een paar keer gebeld. Dit speelt gelukkig nu niet meer.
Cliënt wilde op een legale manier van de BV af en had geen criminele insteek bij de werkzaamheden die hij voor [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] verrichtte, ook was hij zich niet bewust van de kwade intenties van [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] . Cliënt heeft verklaard dat [medeverdachte 3] degene was die afspraken maakte met factoringmaatschappijen (cliënt wist toen nog niet wat factoring was). [medeverdachte 3] had uitgelegd wat cliënt moest zeggen. Cliënt is onder andere langsgegaan bij CS factoring en Creditpay. Wanneer deze bedrijven spullen wilde hebben zoals bankafschriften leverde [medeverdachte 3] of [medeverdachte 1] deze aan. Cliënt heeft dat niet gedaan. Cliënt wist pas dat het niet goed zat toen hij belletjes kreeg van CS factoring.
Mijn cliënt zegt dat hij gebruikt is. Hij is te goed van vertrouwen: Hij heeft altijd op een eerlijke manier zaken gedaan. Hij was blij met het bedrag dat door [medeverdachte 1] werd aangeboden. [medeverdachte 2] heeft bij de rechtbank verklaard dat zij zouden stoppen met [bedrijf 5] en door zouden gaan met het bedrijf van [verdachte] . [verdachte] zag kans om van zijn BV af te komen. Het is vervolgens anders gelopen. Hij is als katvanger gebruikt.”
De bewijsoverwegingen van de feiten 1 en 2
Bewijsoverwegingen ten aanzien van de oplichting van CS Factoring en CreditPay (feiten 1 en 2)
De toelichting op het eerste middel (feiten 1 en 2)
nietuit de bewijsmiddelen kunnen worden afgeleid. Dat de verdachte (bijvoorbeeld)
wistdat [bedrijf 1] geen goederen aan de gefactureerde bedrijven had geleverd, volgt niet uit de bewijsmiddelen. Daarbij komt dat de bewijsmiddelen niet tot nauwelijks gegevens bevatten die het door de verdachte geschetste scenario uitsluiten c.q. die de verwerping van het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt van de verdachte begrijpelijk doen worden. De bewijsmiddelen bevatten voor het overgrote deel beschrijvingen van feitelijke handelingen (het voeren van gesprekken en ondertekenen van contracten) die de verdachte niet ontkent en die nou juist overeenstemmen met het standpunt van de verdachte, aldus de steller van het middel.
De bespreking van het eerste middel
nooitzaken gedaan met de verdachte c.q. [bedrijf 1] B.V.. Datzelfde geldt voor [bedrijf 3] BV.
drie”) weken in dat bedrijf werkzaam zijn. Alle hierboven genoemde verrichtingen namens [bedrijf 1] B.V. zou de verdachte in zijn lezing hebben gedaan zonder te weten dat de verkochte facturen een onjuist beeld gaven van de werkelijkheid. Van belang is om op te merken dat de ‘valsheid’ (onwaarheid) van die facturen verder reikt dan alleen de omstandigheid dat de daarin vermelde producten in werkelijkheid niet werden geleverd. Onbetwist is bovendien dat [bedrijf 1] B.V. met de gefactureerde bedrijven ( [bedrijf 2] BV, [bedrijf 3] BV en [bedrijf 4] BV) überhaupt nooit zaken heeft gedaan.
meteen zou betalen”. Ten slotte wijs ik erop dat in de lezing van de verdachte wordt verondersteld dat het mogelijk is dat hij niets heeft gemerkt van de productleveringen die aan de facturen van [bedrijf 1] B.V. ten grondslag zouden liggen. In de bewijsmiddelen ligt m.i. besloten dat zulks zo kort na de (vermeende) overdracht van het bedrijf, een eenmanszaak waarin hij nog steeds werkzaam was, zeer onwaarschijnlijk is.
Het tweede middel (feit 4)
De bewijsmotivering van het hof
hij in de periode van 16 november 2016 tot en met 27 maart 2017 in Nederland, opzettelijk een auto (een BMW M 550d) toebehorende aan een ander, en welk goed verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, te weten had geleased, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend”.
“Bewijsoverwegingen ten aanzien van de verduistering van de BMW (feit 4)
1. De verklaring die de [verdachte] ter terechtzitting in hoger beroep op 8 juni 2022 heeft afgelegd.
De toelichting op het tweede middel
Het beoordelingskader: toe-eigening
Hij die opzettelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort en dat hij anders dan door misdrijf onder zich heeft, wederrechtelijk zich toeëigent, wordt, als schuldig aan verduistering, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vijfde categorie.”