Conclusie
Nummer22/00506
Inleiding
Het middel
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:
als relaas van verklaring aangeefster [aangeefster 2] , geboren [geboortedatum] 1932:
als verklaring van aangeefster [aangeefster 1] , geboren [geboortedatum] 1930:
Ik ben vervolgens op mijn fiets naar huis gereden. Ik schat zo'n 20 a 25 minuten later stalde ik mijn fiets in mijn garage. Daar heb ik de spullen, die ik gekocht had overgeladen in een tas om die zo mee naar huis te kunnen nemen. Tijdens het inladen van deze tas zag ik dat verdachte 2 ( [naam] ) tegenover de garage stond. Ik liep naar mijn woning en ben via de voordeur mijn woning binnen gegaan, de telefoon ging over. Ik kon niet verstaan wie ik aan de lijn had en ik heb vervolgens weer opgehangen. 1 Minuut later werd ik wederom gebeld, ik nam weer op en ik kreeg een manspersoon aan de lijn. De man gaf aan dat er zand in de waterleiding zou zitten. Hij vroeg of ik de achterpoort wilde openen, want daar moesten ze ook nog zijn. Dat heb ik niet gedaan.
als verklaring van getuige [betrokkene 4] :
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:
Onderzoek plaatsbepaling mobiele telefoons inzake 2.13
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:
als relaas van de betreffende opsporingsambtenaar:
Bewijsoverwegingen