Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
23 april 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag inzake medeplichtigheid aan poging tot diefstal in vereniging op 10 oktober 2017. De verdachte werd veroordeeld voor medeplichtigheid door bij een auto op uitkijk te staan en medeverdachten via telefoon of portofoon te waarschuwen bij onraad.
Het hof baseerde zijn bewezenverklaring mede op schakelbewijs: het aannemen dat het in twee zaken om dezelfde dadergroep ging en dat verdachte als enige in de auto achterbleef en bellend buiten de auto werd gezien. Ook werd vastgesteld dat telefoons en portofoons werden gebruikt door medeverdachten en dat verdachte op dat moment contact had met hen.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof de bewezenverklaring onvoldoende heeft gemotiveerd. Het hof stelde niet vast dat verdachte in zaak 2.11 van telefoon of portofoon gebruik maakte, noch dat bij de uitvoering van het feit in zaak 2.13 telefoons of portofoons zijn gebruikt. Hierdoor is het schakelbewijs ontoereikend om medeplichtigheid te bewijzen.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest voor het betreffende feit en de strafoplegging, en wijst de zaak terug naar het hof Den Haag voor hernieuwde berechting. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de bewezenverklaring en strafoplegging voor medeplichtigheid en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling.