Conclusie
Inleiding
De bewezenverklaring, bewijsmiddelen en bewijsoverwegingen
1. Het proces-verbaal van aangifte d.d. 27 januari 2019 (pg. 68-73), voor zover inhoudende als verklaring van aangever [aangever] :
[het hof: de telefoons]kwamen van [C] . De goederen zijn geladen in een rolcontainer die helemaal omwikkeld is met niet doorzichtig zwart folie. Dit betreffen alleen de goederen van [C] . Ik kreeg vijf containers mee waarvan er eentje niet helemaal vol was. De rolcontainers van [C] heb ik in Groningen geladen en die stonden achteraan in de bus.
hof begrijpt telkens: [verdachte]]. Alles leidt naar hem ook de telefoons van [E] en [A] [
het hof: [A]] waar jullie nog naar toe zouden gaan. Dit weet ik via Ti84-shop waar ik contact mee heb gehad.
(hof: weet)dat dit ook niet alles zegt maar ik wist van wie ik gekocht heb en voor een redelijke prijs. Ik heb geen inkoopfactuur.
het hof: 2019].
het hof: [betrokkene 1]] van mij gekocht. Die tijden en data weet ik niet meer.
het hof: [verdachte] en verdachte] afgesproken?
het hof begrijpt: 2019) gekocht.
arrestvan het gerechtshof ’s-Hertogenbosch d.d. 8 maart 2022 is ten laste van de verdachte [medeverdachte 1] (parketnummer 20-001073-21) bewezenverklaard dat:
arrestvan het gerechtshof ’s-Hertogenbosch d.d. 8 maart 2022 is ten laste van de verdachte [medeverdachte 2] (parketnummer 20-001076-21) bewezenverklaard dat:
Verweer
Het eerste cassatiemiddel en de bespreking daarvan
veroordeeld voor schuldhelingvan de telefoons die zij, blijkens de gebezigde bewijsmiddelen, van de verdachte hebben gekocht, kan mede gelet op art. 359, derde lid, Sv immers niet redengevend zijn voor het bewijs van wetenschap bij de verdachte ten tijde van de verwerving dat deze telefoons van misdrijf afkomstig waren. Ik wijs er terzijde op dat die redengevendheid in de bewijsoverwegingen van het hof onbesproken wordt gelaten. Daar komt in dit verband bij, dat de bewezenverklaringen in de zaken van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] niet ter terechtzitting aan de verdachte in diens zaak zijn voorgehouden door het hof (de drie arresten zijn op dezelfde dag gewezen) en er in zoverre strijd is met het bepaalde in art. 301, vierde lid, Sv j° art. 415 Sv Pro. Terecht zijn de pijlen van het middel op deze punten gericht.
Het tweede cassatiemiddel en de bespreking daarvan
Slotsom