Conclusie
Like Meat(verzoeksters tot cassatie gezamenlijk) respectievelijk
VLEP.
1.Inleiding
2.Feiten
Wet Bpf 2000).
verplichtstellingsbesluit) vastgesteld, hetgeen een wijziging betreft van een eerder verplichtstellingsbesluit. De definitie van de Gemaksvoedingsindustrie werd daarin niet gewijzigd. Onder B. is de Gemaksvoedingsindustrie als volgt gedefinieerd:
3.Procesverloop
In eerste aanleg
kantonrechter) het primaire verzoek van Like Meat toe en de verzoeken van VLEP af, met veroordeling, uitvoerbaar bij voorraad, van VLEP in de kosten.
uitsluitend of in hoofdzaak het bedrijf uitoefent van het fabrieksmatig bereiden of samenstellen van etenswaren, die als gemaksvoeding kunnen worden aangemerkt, waarbij onder gemaksvoeding onder meer worden verstaan frika(n)dellen, toebereide gehaktballen, hamburgers, (…), en die door middel van conservering, bijvoorbeeld diepvries, koelvers vacuüm, blik of droge vorm, klaar [zijn] voor gebruik.’ (r.o. 4.6). Like Meat heeft duidelijk gemaakt dat haar producten vleesvervangers zijn bedoeld voor een thuis te bereiden maaltijd, geen vlees bevatten en geen snacks zijn. Wat betreft dit laatste merkt de kantonrechter op dat de term ‘snack’ niet voorkomt in het verplichtstellingsbesluit en dat daaraan dus niet getoetst kan worden (r.o. 4.7). Uiteindelijk gaat het bij de beoordeling dus uitsluitend om de vraag of de producten van Like Meat, ook al bevatten deze geen vlees, aan te merken zijn als frika(n)dellen, toebereide gehaktballen en/of hamburgers in de zin van het verplichtstellingsbesluit (r.o. 4.8). VLEP stelt dat in het huidige spraakgebruik frikandellen, gehaktballen en hamburgers net zo goed producten zonder vlees kunnen zijn (r.o. 4.9). Evolutie in het spraakgebruik betekent evenwel niet dat daarmee ook automatisch niet-vleeshoudende frikandellen, gehaktballen en/of hamburgers onder de definitie van frikandellen, gehaktballen en/of hamburgers in de zin van het verplichtstellingsbesluit zijn komen te vallen. Een verandering of verruiming van bepaalde termen in het spraakgebruik betekent immers niet dat daarmee ook een definitie van die termen in een wettelijke of daarmee gelijk te stellen bepaling die andere of ruimere betekenis krijgt. Het feit dat een product (zoals een vegetarische gehaktbal)
lijktop een ander (bekend en/of bestaand) product (zoals een vleeshoudende gehaktbal) betekent niet dat die producten ook dezelfde producten
zijn, zeker niet als de beoordeling daarvan moet geschieden op basis van een definitie van dat product in een wettelijke of daarmee gelijk te stellen regeling (r.o. 4.10). VLEP stelt dat de begrippen frikandel, gehaktbal en hamburger al langere tijd, mogelijk sinds de eerste vastlegging van de verplichtstelling in 1956, zijn opgenomen in (voorgangers van) het verplichtstellingsbesluit. De kantonrechter heeft in dat kader de
Dikke Van Daleuit 1992 (grofweg halverwege tussen 1956 en nu) geraadpleegd op de termen frikandel, gehaktbal en hamburger. Daaruit bleek dat deze producten in het verleden steevast vlees bevatten (r.o. 4.11). Eerder is overwogen dat een definitie van een bepaalde term niet automatisch mee-evolueert met de evolutie van het spraakgebruik. Indien een definitie van een bepaalde term dateert van voor de evolutie van het spraakgebruik en de definitie niet aan de verandering wordt aangepast, moet de conclusie zijn dat de term moet worden uitgelegd aan de hand van hetgeen ten tijde van het opstellen onder de definitie wordt verstaan. Met de termen frikandel, gehaktbal en hamburger in het (huidige) verplichtstellingsbesluit worden dan ook producten bedoeld die vlees bevatten. De producten van Like Meat vallen dus niet onder de definitie van ‘gemaksvoeding’ in de zin van het verplichtstellingsbesluit (r.o. 4.12). Het gevolg van deze constatering is dat Like Meat niet onder de werking van het verplichtstellingsbesluit valt en niet aangesloten dient te zijn bij VLEP (r.o. 4.13). Het primaire verzoek van Like Meat wordt toegewezen en de kantonrechter komt niet toe aan het subsidiaire verzoek van Like Meat en het reconventionele verzoek van VLEP (r.o. 4.15). VLEP wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten (r.o. 4.16).
hof). In hoger beroep verzoekt zij dat de verzoeken van Like Meat alsnog worden afgewezen en dat de zelfstandige verzoeken van VLEP alsnog worden toegewezen, met veroordeling van Like Meat in de kosten van beide instanties. Like Meat heeft het hof bij verweerschrift verzocht VLEP niet-ontvankelijk te verklaren, althans de beschikking van de kantonrechter te bekrachtigen, met veroordeling van VLEP in de kosten. Op 3 april 2023 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden bij het hof. Hiervan is proces-verbaal opgemaakt. [3]
4.Ontvankelijkheid van partijen in cassatie
GmbH) was in eerste aanleg en appel procespartij. Uit het titelblad van de procesinleiding begrijp ik dat Livekindly Production NL B.V. (verzoekster tot cassatie sub 2; hierna ook aangeduid als de
B.V.) rechtsopvolgster is van de GmbH. Voetnoot 1 van de procesinleiding stelt daarover dat per 1 april 2022 de door de GmbH in Oss gedreven onderneming is overgegaan op de B.V. en dat de arbeidsovereenkomsten van alle werknemers zijn mee overgegaan. Hieruit begrijp ik dat, indien een verplichting bestaat tot deelneming aan het bedrijfstakpensioenfonds van VLEP, deze verplichting thans op de B.V. rust, omdat zij de relevante onderneming drijft. Daarnaast begrijp ik dat dit rechtsopvolging onder algemene titel betreft.
5.Juridisch kader
1. Doel van verplichtstelling
Aanvalsplan witte vlekheeft gepresenteerd. [15] Dit aanvalsplan besteedt ook aandacht aan werkingssfeerbepalingen, waaronder het belang van herformulering op basis van nieuwe ontwikkelingen: [16]
sociale partners) tezamen bedoeld. [18] De representativiteit van de sociale partners (‘een belangrijke meerderheid’) wordt beoordeeld om zeker te stellen dat het verplichtstellingsbesluit wordt gedragen door een ‘groot deel van de bedrijfstak’. [19] De sociale partners bepalen de werkingssfeer van een verplicht gesteld bedrijfstakpensioenfonds. [20] Voor een uitgebreide uiteenzetting van het traject dat gemoeid is met het aanvragen en wijzigen van een verplichtstellingsbesluit, verwijs ik naar de conclusie van mijn ambtgenote De Bock inzake
Deliveroo. [21]
NJ2021/206, m.nt. T.F.E. Tjong Tjin Tai (
Bpf voor de Reisbranche/Booking.com)
Booking.com-arrest, bijvoorbeeld, sloot Uw Raad voor de uitleg van de term ‘bemiddelen’ uitdrukkelijk aan bij de betekenis van ‘bemiddeling’ in art. 7:425 e.v. BW. [39] Tot slot kan bij de tekstuele uitleg van een in een verplichtstellingsbesluit voorkomende bepaling de betekenis daarvan volgens het woordenboek en/of het normale spraakgebruik in het huidige Nederlands worden betrokken. [40]
Booking.com-arrest, waarin nieuwe economische activiteiten onder eerder opgestelde werkingssfeerbepalingen vielen; een aanpassing van een werkingssfeerbepaling was in zoverre niet nodig om die activiteiten onder de werkingssfeer te laten vallen. In
Booking.comoverwoog Uw Raad dat ‘
ook als de in het verplichtstellingsbesluit omschreven werkzaamheden worden verricht door middel van een technologie die ten tijde van de totstandkoming van het besluit nog niet kenbaar of gangbaar was, toch voldaan kan zijn aan die omschrijving.’ [42] Met andere woorden: in beginsel vindt er een toetsing
ex nuncplaats. Dit geldt uiteraard alleen voor zover de werkingssfeerbepaling zelf geen beperking kent die een bepaalde nieuwe ontwikkeling uitsluit. [43] Het uitgangspunt van toetsing
ex nuncvan verplichtstellingsbesluiten is in de literatuur positief ontvangen. [44]
Deze voeding is door middel van conservering, bijvoorbeeld diepvries, koelvers, koelvers vacuüm, blik of droge vorm, klaar voor gebruik.”
Deze voeding is door middel van conservering, bijvoorbeeld diepvries, koelvers, koelvers vacuüm, blik of droge vorm, klaar voor gebruik.’), kennelijk anders dan rechtbank en hof, [48] zo lees dat deze zin betrekking heeft op alle daarvoor genoemde producten, en niet alleen op de producten in de laatste bullet van onderdeel B. Deze lezing wordt ondersteund door het gegeven dat deze zin reeds voorkomt in oude versies van het verplichtstellingsbesluit en daar duidelijk betrekking heeft op alle producten die gelden als gemaksvoeding, zie hierna 5.24.
frika(n)dellen, toebereide gehaktballen, hamburgers, satés, sjasliks, kant en klare maaltijden en samengestelde maaltijdcomponenten die door de consument als een (volledige) maaltijd kunnen worden beschouwd, waarbij deze eetwaren op grond van verschillende conserveringsmethoden voor consumptie gereed staan (via diepvries, koelvers, vacuüm, blik, droge vorm en dergelijke).” [onderstreping toegevoegd, A-G]
gemaksvoeding en daarmee het enige overkoepelende criterium voor gemaksvoeding dat in het besluit wordt genoemd.
6.Bespreking van het cassatiemiddel
ex nuncis ondersteunend aan een dergelijke uitleg. Ik begrijp de overweging van het hof in r.o. 6.6 namelijk zo, dat het hof in de kern genomen heeft bedoeld dat nieuw ontwikkelde producten in het kader van de uitleg van een werkingssfeerbepaling in beginsel gelijkgesteld kunnen worden aan de oorspronkelijke in een werkingssfeerbepaling opgenomen producten. Ten tijde van de oude versies van het verplichtstellingsbesluit (zie ook hiervoor in 5.23-5.25), maar ook in de meest recente versie, is mogelijk geen rekening gehouden met de opkomst van vleesvervangers. Goed voorstelbaar is dat dergelijke producten om die reden niet genoemd worden bij de begrippen frika(n)dellen, toebereide gehaktballen en hamburgers in (de laatste bullet van) de werkingssfeerbepaling. Een toetsing
ex nuncleent zich echter wel voor een ruimere uitleg van deze begrippen. Ik memoreer op deze plek de relevante overweging uit het
Booking.com-arrest. [58]