Conclusie
Procesgang
guldenvan de opa van de betrokkene bij zijn geboorte dat vrijkwam op de 18e verjaardag van de betrokkene en toen was opgelopen tot: € 8.168,04.
contantheeft gespaard en heeft bewaard tot 2008 om hierna -in een periode van drie jaar- vervolgens grote contante uitgaven te doen, alsmede ook nog een groot deel van het geld beschikbaar heeft gehouden tot op de dag waarop de politie het contante geld in de woning van de betrokkene aantrof. Hierbij neemt het hof de volgende omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, in aanmerking.
beginsaldoin de kasopstelling derhalve vaststellen op
€ 21.781,44 (€ 8.168,04 + € 13.613,40).
− € 34.018,56 =
€ 7.848,25
€ 40.490,00
€ 276.158,25 –
€ 310.176,81 =
€ 310.176,81.
€ 310.176,81 (driehonderdtienduizend honderdzesenzeventig euro en eenentachtig cent).
€ 300.176,81 (driehonderdduizend honderdzesenzeventig euro en eenentachtig cent).
Onderzoekswensen
1.[betrokkene 1]
'(ii) spaargeld afkomstig van contante inkomsten bij de [firma 1] in de periode van 1996 tot en met 2007'.
2.[betrokkene 2]
3.[betrokkene 5]
'(ii) spaargeld afkomstig van contante inkomsten bij de [firma 1] in de periode van 1996 tot en met 2007’.
4.[betrokkene 6]
(i) spaargeld afkomstig van zijn inkomsten bij diverse werkgevers in de periode voorafgaand aan 1 januari 2008’.
EUR 19.500,00
EUR 22.010.00
EUR 149.010,00(EUR 66.000,00 + 83.010,00) buiten beschouwing te worden gelaten bij de vaststelling van de contante uitgaven en bankstortingen voor de eenvoudige kasopstelling. Dit doordat uw Hof als grondslag van de toegewezen vordering enkel aansluit bij de feiten waarvoor cliënt is veroordeeld en de periode waarop de kasopstelling betrekking heeft deels voorafgaat aan de pleegperiode van de bewezenverklaarde feiten. Het betreft hier dus de periode vóór 1 mei 2009.
het hof [...] dus voordeel in aanmerking [heeft] genomen dat géén grondslag kan vinden in de feiten waarvoor de betrokkene is veroordeeld. Op de tegenstrijdigheid tussen enerzijds de periode waarover de bewezenverklaring zich uitstrekt en anderzijds de periode waarop de kasopstelling betrekking heeft, wijst de steller van het middel terecht’.
vande deklading van de zending verdovende middelen en
wastot het plegen van het hierboven bedoelde feit,
eventuele opbrengsten van de verkoop van inbeslaggenomen goederen’.’