Conclusie
1.Inleiding
fair balance’niet respecteert (5.10-5.11).
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
De feiten
3.Het geding in cassatie
4.1 oktober 2020 tot 20 oktober 2020; Terugwerkende bevoegdheidsverlening?
BNB2011/47, onderdeel 3.3.3, slot).”
5.Art. 1 EP EVRM; 1 juli 2017 tot 1 juli 2020
possession)?
(lawful)?
legitimate aim)?
fair balance) gevonden tussen de eisen van het algemene belang van de samenleving en de bescherming van de fundamentele rechten van het individu; was de inbreuk proportioneel?
possession’?) dringt op het eerste gezicht de gedachte zich op dat het bij rente over een (materiële) belastingschuld niet kan gaan om een eigendom in de zin van art. 1 EP EVRM. Deze verdragsbepaling garandeert het ongestoord genot van eigendommen (‘
possessions’) en een schuld is per definitie geen ‘
asset’. [20] Die gedachte doet echter geen recht aan het bijzondere karakter van de belastingrente als accessoire verplichting bij de belastingheffing. In mijn conclusie van 26 september 2025 (10.15 en 10.16) heb ik al uiteengezet dat de belastingplichtige niet in de hand heeft of en zo ja hoeveel belastingrente er verschuldigd zal worden. Lang niet alle belastingplichtigen kunnen aangifte doen voordat het rentetijdvak gaat lopen. Zij kunnen voorts niet voorspellen of de inspecteur hun aangifte zal volgen en kunnen al helemaal niet weten hoe lang de inspecteur over de aanslagregeling zal doen. Met de aan hen in rekening gebrachte belastingrente wordt de belastingplichtige een deel van zijn eigendom (zijn netto vermogen) ontnomen. Ik meen daarom dat het in rekening brengen van belastingrente wel degelijk een aantasting inhoudt van het recht op een vreedzaam genot van eigendom. Daarmee is ook de tweede stap van het hiervoor omschreven toetsingskader gezet.
lawfulzijn, en tevens een
legitimate aimdienen en bovendien proportioneel zijn.
‘fair balance’ dient te bewaken tussen de aangewende middelen ter bevordering van het algemeen belang en de bescherming van de fundamentele rechten van individuen. [24] De Hoge Raad kent voor de toetsing aan de laatste stap van het toetsingskader van art. 1 EP EVRM twee smaken. De eerste smaak is dat moet worden beoordeeld of een regel op stelselniveau art. 1 EP EVRM schendt. Is dat niet het geval, dan komt de tweede smaak in beeld, die inhoudt dat moet worden beoordeeld of in een concreet, individueel geval art. 1 EP EVRM wordt geschonden omdat iemand wordt geconfronteerd met een individuele en buitensporige last.
fair balancewordt gevonden tussen het algemeen belang dat ermee gediend wordt en de individuele belangen van de burgers die erdoor geraakt worden.
fair balance’niet respecteert. In die periode was de belastingrente van 4% hoger dan de wettelijke (niet handels-)rente van 2%. De belastingrente lag daarmee boven een niveau dat kennelijk voldoende was om het nadeel te compenseren dat crediteurs lijden wanneer hun debiteuren te laat betalen.
disproportionateandexcessive burden”,of in het Frans
: “une charge disproportionnéeetexcessive” [26] . Een last is bijvoorbeeld buitensporig zwaar als deze “
fundamentally undermines the financial situation”van de betrokkenen. [27] Er kunnen ook immateriële – niet in geld uit te drukken – omstandigheden zijn die er aan bijdragen dat een last buitensporig is ─ bijvoorbeeld ongerechtvaardigde terugwerkende kracht [28] en de (al dan niet daarmee samenhangende) langdurige onzekerheid waarmee justitiabelen moeten leven [29] of het langdurig laten voortbestaan van de schending nadat deze onherroepelijk is komen vast te staan [30] ─ maar dat is in deze zaak niet aan de orde.