ECLI:NL:PHR:2025:380
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens schending recht op het laatste woord in belastingfraudezaak
De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, wegens feitelijk leidinggeven aan het opzettelijk onjuist en/of onvolledig doen van belastingaangiften door een rechtspersoon.
In cassatie werd geklaagd over meerdere punten, waaronder het niet naleven van het recht van de verdachte om het laatste woord te voeren. Uit het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep bleek dat na het laatste woord van de verdachte de advocaat-generaal en de raadsman nog repliek en dupliek voerden, zonder dat de verdachte opnieuw het laatste woord werd gegund.
De Hoge Raad oordeelt dat dit in strijd is met artikel 311 lid 4 Sv Pro, dat op straffe van nietigheid voorschrijft dat de verdachte het laatste woord moet hebben. Hierdoor wordt het arrest vernietigd en wordt de zaak terugverwezen naar het hof Arnhem-Leeuwarden voor een nieuwe behandeling van het hoger beroep.
De overige middelen van cassatie behoeven geen bespreking, aangezien het schending van het recht op het laatste woord tot vernietiging leidt. De zaak wordt opnieuw behandeld met inachtneming van het recht van de verdachte om het laatste woord te voeren.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd wegens schending van het recht van de verdachte het laatste woord te voeren en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe behandeling.