Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Het eerste middel
5.3.1 Identificatie van de gebruiker van het Ennetcomadres [account 1]
e-mailadres [e-mailadres 1] opgeslagen als “ [...] ”. Het hof stelt vast dat [medeverdachte 2] de gebruiker is geweest van het e-mailadres [e-mailadres 1] . In de telefoon zijn meerdere e-mailberichten tussen [medeverdachte 2] en het account [account 1] aangetroffen. Het account [account 1] staat in de telefoon van [medeverdachte 2] opgeslagen onder “ [naam 1] ”.
6. Een proces-verbaal van bevindingen van 27 juli 2016, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar (map 9a, pagina 349-351).
,geboren op [geboortedatum] 1976 te [geboorteplaats] .
3.Het tweede middel
5.3.2 Medeplegen van voorbereiding van moord
nadathet bewezen verklaarde feit reeds was voltooid – kunnen worden aangemerkt als een bijdrage van zodanig gewicht dat van medeplegen kan worden gesproken. Al met al acht ik het oordeel van het hof niet zonder meer begrijpelijk.