Conclusie
1.Inleiding
2.Het tweede middel
[slachtoffer 2] : His private part
3.Het eerste middel
de verdachte, D.P.] to rub her”, omdat de aangeefster die dag ziek was. Dit betekent volgens de steller van het middel dat het masseren niet valt aan te merken als een wezenlijk onderdeel van wat de aangeefster vertelt. Echter, dat de moeder van de aangeefster de verdachte zou hebben gevraagd haar in te smeren, betekent nog niet dat de omstandigheden die de verdachte noemt alledaags of onschuldig zijn, zoals de steller van het middel lijkt te vinden. Uit de bewijsmiddelen volgt namelijk dat de verdachte heeft verklaard dat de aangeefster zich daarbij ongemakkelijk voelde. Ik kom gelet op het voorgaande tot de conclusie dat de verklaring van de verdachte, anders dan de steller van het middel betoogt, ook een voor de bewezenverklaring belangrijk onderdeel van de verklaring van de aangeefster ondersteunt.