Conclusie
1.Inleiding
2.Het eerste middel
[met voetnoot: De zus van verdachte, D.P.]door verdachte en/of de financiële compensatie door [aangever] ten aanzien van [zus verdachte] en/of de echtscheidingsconvenant tussen [aangever] en [zus verdachte] . en/of - gedurende de maanden oktober tot en met december van het jaar 2016, twaalf, althans meerdere, brieven en/of faxen en/of emails gestuurd naar diverse personen en/of organisaties en/of instellingen, (onder meer) betrekking hebbend op – zakelijk weergegeven – de financiële compensatie door [aangever] ten aanzien van [zus verdachte] en/of de echtscheidingsconvenant tussen [aangever] en [zus verdachte] en/of de aangifte welke [aangever] heeft gedaan en/of de tuchtklacht welke verdachte ten aanzien van [betrokkene 1] heeft gedaan en/of
afwijzen. De vraag of aangever slechts aangifte wilde doen van de hoeveelheid brieven die de verdachte hem zou hebben gestuurd en niet van (de door de politie getrokken conclusie dat sprake is van) belaging gaat voorbij aan het feit dat niet alleen aangifte is gedaan van belaging, maar dat bovendien een klacht ter zake van belaging door de hulpofficier is opgenomen. Een klacht behelst nu juist de uitdrukkelijk uitgesproken wens om te vervolgen ter zake van dit delict. Het horen van getuige [aangever] kan dan ook worden aangemerkt als onmiskenbaar irrelevant of overbodig (“manifestly irrelevant or redundant”), zodat het horen van [aangever] als getuige niet noodzakelijk is.
(het hof begrijpt: voormalige)advocaat mr. M.H.H. Meulemeesters gekregen. Ik heb daaruit begrepen dat [aangever] als slachtoffer is uitgenodigd voor het bijwonen van deze terechtzitting. Als hij als slachtoffer kan komen, waarom dan niet ook als getuige?
demeanourvan de getuige bij beantwoording van vragen waar te nemen, hetgeen van belang is bij het toetsen van de betrouwbaarheid van hun getuigenis. [5] Het is hiervoor niet altijd nodig dat een getuige ter terechtzitting wordt gehoord; ook verhoren die worden afgenomen ten overstaan van een onderzoeksrechter waarbij de verdediging [6] of de verdachte (zonder raadsman) [7] de kans wordt geboden aanwezig te zijn, kunnen als een voldoende ondervragingsmogelijkheid worden aangemerkt.