Conclusie
1.Inleiding
2.Het middel
10.1
4.2 Het standpunt van de verdediging
Parket bij de Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het hof 's-Hertogenbosch dat verdachte veroordeelde wegens medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van ongeveer 57 kilogram hasj in een woning te [plaats]. De verdachte werd veroordeeld tot een taakstraf van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden.
De kern van het middel richtte zich op de vraag of de wetenschap van de verdachte over de aanwezigheid van de hasj voldoende was bewezen. Het hof baseerde zijn oordeel op verschillende bewijsmiddelen, waaronder proces-verbalen van bevindingen, verklaringen van de medeverdachte (moeder van verdachte), en een vertrouwelijk communicatiegesprek waarin de aanwezigheid van de hasj werd besproken.
De Hoge Raad overwoog dat voor het aanwezig hebben van drugs opzet vereist is, waarbij wetenschap of het bewust aanvaarden van de aanmerkelijke kans op aanwezigheid voldoende is. Uit het dossier bleek dat de verdachte de tassen met hasj van de schuifpui naar een slaapkamer had versjouwd, dat de inhoud zichtbaar was, en dat iedereen in de woning, inclusief verdachte, van de hasj had gerookt. De verdachte woonde of verbleef in de woning en de drugs waren niet verborgen. Dit leidde tot de conclusie dat de wetenschap van de verdachte voldoende was bewezen.
Hoewel het cassatieberoep slaagde ten aanzien van de strafmaat wegens overschrijding van de redelijke termijn, werd het middel inhoudelijk verworpen en het beroep voor het overige afgewezen. De Hoge Raad bevestigde daarmee het oordeel van het hof over de bewezenverklaring van medeplegen opzettelijk aanwezig hebben van hasj.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt medeplegen opzettelijk aanwezig hebben van circa 57 kg hasj, met strafvermindering wegens termijnoverschrijding.