Conclusie
1.Inleiding
2.Waar het in cassatie om gaat
3.De met de ontnemingszaak samenhangende strafzaak
4.Het eerste middel
[getuige 1], geboren op [geboortedatum] 1960 te [geboorteplaats] , volgens opgaaf in het dossier woonachtig te [plaats] , [k-straat 1] .
Nadere toelichting per getuige
afgewezen. Naar het oordeel van het hof is dit verzoek, mede in het licht van de door het openbaar ministerie aan zijn vordering ten grondslag gelegde financiële gegevens, onvoldoende onderbouwd, zodat de verdediging redelijkerwijs niet in zijn belangen is geschaad bij afwijzing van dit verzoek.”
2.1 Terugbetaling lening [getuige 1]
bijlage 2). Kort samengevat bevestigt [getuige 1] :
Vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel
5.Het tweede middel
[getuige 7], geboren op [geboortedatum] 1978 te [geboorteplaats] , volgens opgaaf in het dossier woonachtig aan de [a-straat 1] te [plaats] .
Nadere toelichting per getuige
Inkomsten verkoop kunst
actuele fiscale gegevensvan cliënt gaat het financieel onderzoek uit van de aanname dat er aan de zijde van cliënt geen inkomsten uit kunst zijn.
De belastingdienst concludeert ten aanzien van kunstverkopen dan ook:
De belastingdienst concludeert ten aanzien van kunstverkopen dan ook:
4.4 Door de betrokkene gestelde andere legale contante ontvangsten
nietals contante uitgave in aanmerking genomen.
€ 1.600,-(€ 3.700,- aan uitgaven minus € 2.100,- aan inkomsten).
€ 471,33. Nu het hof het primaire standpunt van de verdediging volgt ten aanzien van de uitgaven, komt het hof niet toe aan het subsidiaire gedane verzoek om [getuige 4] als getuige te horen. Deze getuige is ook bij schriftuur verzocht; het hof wijst dat verzoek af. Naar het oordeel van het hof is de verdediging redelijkerwijs niet in haar belangen geschaad door afwijzing van het verzoek.
€ 27.634,08(€ 62.134,08 - € 12.000,- - € 22.500,-).
€ 8.476,34als contante uitgave in aanmerking zal worden genomen.
€ 3.360,28als contante uitgave in aanmerking zal worden genomen.
PHvK]”. Dit zou onjuist althans onbegrijpelijk zijn in het licht van wat door en namens de betrokkene is aangevoerd.
PHvK] ook daadwerkelijk geld mee verdiende”. Het hof heeft het dus niet over het “ontvangen” van geld maar over het “verdienen” ervan. Maar ook als de stellers van het middel ontvangen in de zin van verdienen zouden hebben bedoeld, acht ik het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk. Dat kunst werd verkocht en dat daarbij geld werd ontvangen betekent immers nog niet dat ook sprake was van winst en dat de betrokkene uit die verkoop dus ook inkomsten genoot. Dat de getuigen zouden hebben waargenomen dat geld werd ontvangen impliceert bovendien geenszins dat zij ook kunnen hebben constateren dat daarmee winst werd gegenereerd en de onderbouwing van het getuigenverzoek houdt daarover ook niets in zoals het hof ook vaststelt.
PHvK] op te nemen in Box 3”. Het argument met betrekking tot Box 3 is onderdeel van het rapport van [getuige 9] . Ten aanzien van dit rapport heeft het hof vastgesteld dat deze gegevens “onvoldoende basis [vormen] om te concluderen dat er ook sprake was van winst uit de handel in kunst”. Dit maakt het voorgaande dus niet anders.
6.Het derde middel
6. Contante uitgaven
voor15 april 2008 was afgerond. Het hof heeft, op grond van de verklaring van [betrokkene 12] , in zijn arrest van 17 oktober 2019 overwogen dat niet kan worden aangenomen dat betrokkene verbouwingswerkzaamheden heeft laten verrichten vóór 3 april 2007, de dag dat het pand werd overgedragen aan [betrokkene 10] . Het is daarentegen wel aannemelijk dat de betrokkene alle kosten van de verbouwing voor zijn rekening heeft genomen. De betrokkene is in 2006 een keer met [betrokkene 12] mee geweest naar de [plaats] om over de bouwplannen te praten. Ook heeft hij [getuige 10] betaald, die al vóór 3 april 2007 was begonnen, en was de betrokkene ook al bij de verbouwing aanwezig in september 2006.
€ 200.154,30(€ 199.204,30 + € 700,- + € 250-).
€ 15.835,60als contante uitgave opnemen in de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel.”
8.5.3.7 [e-straat 1] te [plaats]
Geerings tegen Nederland. [17] Het EHRM overwoog daarin dat
“the presumption of innocence […] will be violated if a judicial decision or a statement by a public official concerning a person charged with a criminal offence reflects an opinion that he is guilty before he has been proved guilty according to law”(par. 41). De zaak betrof het ontnemen van wederrechtelijk verkregen voordeel waarbij
“the impugned order related to the very crimes of which the applicant had in fact been acquitted”(par. 48). Het EHRM constateerde een schending van de onschuldpresumptie omdat het oordeel van het hof neerkwam op
“a determination of the applicant’s guilt without the applicant having been ‘found guilty according to law’”(par. 50).
7.Het vierde middel
4. Contante inkomsten
8.Het vijfde middel
5. Eindsaldo contant geld
€ 305.000,-.
€ 521.915,59
9.Het zesde middel
6.8Loan-back constructies (deelonderzoek 8)
Hij zorgt ervoor dat alles goed loopt. Ik bedoel hiermee vinger aan de pols houden omtrent de aanschaf en levering van goederen”) terwijl de betrokkene ter terechtzitting in hoger beroep (opeens) uitgebreid verklaart dat zijn werkzaamheden bestonden uit het laten ontwikkelen van software op de Filipijnen. De betrokkene heeft ten aanzien van deze werkzaamheden geen enkele (objectieve) onderbouwing gegeven in de vorm van bijvoorbeeld contracten of e-mailberichten daaromtrent.
€ 238.000,-.
€ 75.000,-.”
10.Het zevende middel
H. Ferrari
bijlage 3naar de verklaring van [betrokkene 19] . Zij bevestigt de lezing van cliënt.
PHvK]”
6.1.6 Lamborghini/Ferrari
€ 202.855,-(€ 42.855,-[ [27] ] + € 160.000,-).”