Conclusie
1.Inleiding
2.De bewezenverklaring en het arrest van het hof
Standpunt van het openbaar ministerie
3.Het eerste middel
onmiddellijk uit een door hemzelf begaan misdrijf afkomstig zijn, geldt dat die gedragingen niet zonder meer als ‘witwassen’ kunnen worden gekwalificeerd. In dergelijke gevallen zal het meerdere erin moeten bestaan dat de gedragingen van de verdachte ook (kennelijk) gericht zijn geweest op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van het voorwerp. Dit moet uit de motivering van de uitspraak kunnen worden afgeleid. De kwalificatie van witwassen is niet toegestaan indien vaststaat dat het enkele verwerven of voorhanden hebben door de verdachte van een voorwerp dat onmiddellijk afkomstig is uit een door hemzelf begaan misdrijf, niet kan hebben bijgedragen aan het verbergen of verhullen van de criminele herkomst van dat voorwerp. Met deze uitsluitingsgrond wordt beoogd te voorkomen dat een verdachte die een bepaald misdrijf heeft begaan en die de door dat misdrijf verkregen voorwerpen verwerft of onder zich heeft en dus voorhanden heeft, zich automatisch ook schuldig maakt aan het witwassen van die voorwerpen.
nietvan toepassing als naast het ‘voorhanden hebben’ dan wel ‘verwerven’ óók (of slechts) ‘overdragen’, ‘gebruikmaken’ of ‘omzetten’ bewezen is verklaard. Die gedragingen hebben immers een nadrukkelijker verhullend karakter dan verwerven of voorhanden hebben. Toch is dat anders als het bijzondere geval zich voordoet dat zulk overdragen, gebruikmaken of omzetten van door eigen misdrijf verkregen voorwerpen plaatsvindt onder omstandigheden die niet wezenlijk verschillen van gevallen waarin een verdachte die een bepaald misdrijf heeft begaan en die daarmee de door dat misdrijf verkregen voorwerpen verwerft of voorhanden heeft, zich automatisch ook schuldig zou maken aan het witwassen van die voorwerpen.
middellijkuit (eigen) misdrijf afkomstig is. [5] Uit het arrest van het hof volgt zoals gezegd dat het hof bij de bewezen verklaarde geldbedragen het oog heeft gehad op, in ieder geval, de geldbedragen die zijn gebruikt voor de aanbetaling voor de Mercedes van € 20.000 en/of de maandelijkse betalingen van de Mercedes. Zo bezien is sprake van een dubbeltelling: de aanbetaling en de maandelijkse kosten maken immers dat de verdachte de bewezenverklaarde Mercedes voorhanden heeft. Op welke andere geldbedragen de bewezenverklaring ziet is zoals gezegd niet duidelijk. Ook de strafoplegging biedt geen aanknopingspunten in de vorm van een benadelingsbedrag waar het hof vanuit zou zijn gegaan. Onder deze omstandigheden meen ik dat de verdachte onvoldoende belang heeft bij cassatie, nu het wegvallen van de bewezenverklaring ten aanzien van het geldbedrag de aard en de ernst van het bewezenverklaarde niet zou aantasten, terwijl ook de kwalificatie ongewijzigd zou blijven. [6]