ECLI:NL:RBARN:2010:BP0121
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H.A. van der Grinten
- D.J. Post
- J.A. van Schagen
- Rechtspraak.nl
Vermindering boetes wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen met toepassing evenredigheidsbeginsel en redelijke termijn
Vier ondernemingen kregen boetes van €8.000,- opgelegd wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) doordat een Poolse werknemer zonder geldige tewerkstellingsvergunning arbeid verrichtte. De rechtbank stelt vast dat de werknemer reële en daadwerkelijke arbeid verrichtte en dat alle ondernemingen als werkgevers in de zin van de Wav kunnen worden aangemerkt, waardoor zij aansprakelijk zijn voor de boetes.
De rechtbank weegt mee dat de werknemer eerder via een uitzendbureau met geldige vergunning werkte, maar sinds oktober 2006 rechtstreeks in dienst was bij een van de ondernemingen, waardoor geen geldige vergunning meer bestond. De boetes worden echter met 50% verminderd vanwege individuele omstandigheden met een uitzonderlijk karakter, waaronder het feit dat de werknemer het wettelijk minimumloon ontving en de doelstellingen van de Wav niet zijn geschonden.
Daarnaast wordt een verdere vermindering van 15% toegepast wegens overschrijding van de redelijke termijn van de procedure, die ruim drie jaar duurde. De rechtbank vernietigt de oorspronkelijke boetebesluiten voor zover het de hoogte betreft en stelt de boetes vast op €3.400,- per onderneming. Tevens worden proceskosten en griffierechten aan de ondernemingen vergoed.
Uitkomst: Boetes aan vier ondernemingen verminderd tot €3.400,- wegens individuele omstandigheden en overschrijding redelijke termijn.