ECLI:NL:RBARN:2012:BY2093
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.C.G.J. van Well
- P.J. Tikken
- N. Djebali
- Rechtspraak.nl
Geen recht op bedrijfsopvolgingsregeling bij aandelen in vastgoed-BV zonder materiële onderneming
Eiser erfde aandelen in een BV die vijftien panden bezat, welke met eigen vermogen waren gefinancierd en langdurig werden verhuurd. Eiser voerde aan dat de BV een onderneming dreef en deed een beroep op de bedrijfsopvolgingsregeling van de Successiewet 1956. De inspecteur wees dit af omdat volgens hem sprake was van normaal vermogensbeheer.
De rechtbank overwoog dat een onderneming een duurzame organisatie is gericht op het behalen van winst die het normale rendement overstijgt, waarbij arbeid en kennis een rol spelen. De werkzaamheden van de BV bestonden uit verhuur, onderhoud en enkele verbouwingen, maar eiser maakte niet aannemelijk dat deze activiteiten frequent, omvangrijk en renderend genoeg waren om als onderneming te kwalificeren.
Daarnaast stelde eiser dat het gelijkheidsbeginsel toepassing behoefde te vinden, verwijzend naar jurisprudentie die toepassing van de regeling ook op privévermogen toestond. De rechtbank verwierp dit en stelde dat de wetgever een ruime beoordelingsruimte heeft bij het maken van onderscheid tussen ondernemings- en privévermogen, met als doel het voorkomen van liquiditeitsproblemen bij bedrijfsopvolging.
De rechtbank concludeerde dat de bedrijfsopvolgingsregeling niet van toepassing is op de aandelen in de BV en dat het gelijkheidsbeginsel geen grond biedt voor toepassing van de regeling. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep op de bedrijfsopvolgingsregeling en het gelijkheidsbeginsel wordt afgewezen omdat geen materiële onderneming wordt gedreven.