ECLI:NL:RBONE:2013:BZ2716
Rechtbank Oost-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op bedrijfsopvolgingsregeling wegens ontbreken ondernemingsvermogen
Eiser maakte bezwaar tegen een aanslag recht van successie en verzocht om toepassing van de bedrijfsopvolgingsregeling, verwijzend naar een uitspraak van de Rechtbank Breda die deze regeling ook op privévermogen toepaste op grond van het gelijkheidsbeginsel.
De rechtbank stelt dat de bedrijfsopvolgingsregeling uitsluitend geldt voor ondernemingsvermogen en dat de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid heeft bij het maken van onderscheid tussen ondernemings- en privévermogen. Het doel van de regeling is het voorkomen van liquiditeitsproblemen bij bedrijfsopvolging om het voortbestaan van ondernemingen te waarborgen.
De rechtbank oordeelt dat eiser geen recht heeft op de regeling omdat hij geen ondernemingsvermogen heeft geërfd en dat het onderscheid tussen ondernemings- en privévermogen gerechtvaardigd is. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel en het Eerste Protocol EVRM wordt afgewezen, aangezien de wetgever binnen zijn beoordelingsmarge is gebleven.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter I. Linssen op 29 januari 2013.
Uitkomst: Het beroep van eiser op toepassing van de bedrijfsopvolgingsregeling wordt afgewezen omdat hij geen ondernemingsvermogen heeft geërfd.