ECLI:NL:RBDHA:2013:BY9899
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering navorderingsaanslagen en matiging verhogingen wegens overschrijding redelijke termijn in KBL-zaak
De rechtbank Den Haag behandelde een zaak waarin eiseres werd geconfronteerd met navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en vermogensbelasting naar aanleiding van gegevens afkomstig van gestolen microfiches van Kredietbank Luxembourg (KBL). Verweerder identificeerde eiseres als rekeninghouder van een buitenlandse bankrekening die niet was opgegeven in haar belastingaangiften over de jaren 1991 en 1992, en corrigeerde ook de inkomensbestanddelen over 2001 tot en met 2004.
De rechtbank oordeelde dat verweerder aannemelijk had gemaakt dat eiseres houder was van de KBL-rekening, mede op basis van gegevens uit het BVR-systeem en het renseignement van 1994. De omkering van de bewijslast was terecht toegepast omdat eiseres niet aan haar inlichtingenverplichting had voldaan. De berekening van de correcties door verweerder werd als redelijk aanvaard, met uitzondering van een factor 1,5 die buiten toepassing werd gelaten.
De rechtbank matigde de verhogingen van 100% tot 80% vanwege de onzekerheden in de schatting en verder tot 64% wegens overschrijding van de redelijke termijn. De overschrijding van de redelijke termijn werd vastgesteld op ruim drie jaar, waarvoor verweerder werd veroordeeld tot het betalen van een immateriële schadevergoeding van €3.500. Daarnaast werden proceskosten en griffierechten aan eiseres toegewezen.
De uitspraak bevestigt de rechtmatigheid van het gebruik van de gestolen microfiches als bewijs en benadrukt de zorgvuldigheid en voortvarendheid die vereist zijn bij navordering met gebruikmaking van de verlengde navorderingstermijn. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer en is openbaar uitgesproken op 10 januari 2013.
Uitkomst: Navorderingsaanslagen en verhogingen verminderd, immateriële schadevergoeding toegekend wegens overschrijding redelijke termijn.