Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser],
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,
Procesverloop
Overwegingen
“Detentie van asielzoekers op Schiphol in EU-rechtelijk perspectief”in Asiel- en Migrantenrecht 2013, nr. 09, pp. 440 – 446. Het weigeren van verdere toegang op grond van artikel 3 Vw Pro, en daarmee samenhangend het opleggen van een maatregel ex artikel 6 Vw Pro, is volgens eiser voorts in strijd met de tekst van artikel 6 Vw Pro en de wil van de wetgever, omdat asielzoekers aan wie het wordt toegestaan de beslissing op het asielverzoek in Nederland af te wachten, niet van hun vrijheid beroofd mochten worden. Daarnaast wordt in de huidige situatie ten onrechte niet getoetst aan de waarborgen vermeld in artikel 35 Procedurerichtlijn Pro. Eiser meent dat in Nederland feitelijk sprake is van een grensprocedure als bedoeld in dit artikel.
Evenmin kan uit de brief van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 22 oktober 2013 aan de Tweede Kamer (TK 20013-2014 32 317, Nr. 193) worden afgeleid dat in de huidige situatie feitelijk sprake is van een grensprocedure als bedoeld in artikel 35 Procedurerichtlijn Pro. De staatssecretaris heeft weliswaar in die brief vermeld dat het standpunt van Nederland dat de procedure op Schiphol geen grensprocedure is, niet houdbaar is gebleken en dat in het kader van de richtlijn een procedure als in Nederland moet worden aangemerkt als een grensprocedure, maar deze opmerking dient te worden geplaatst in de context van de brief waarin de staatssecretaris bespreekt wat er uit onderhandelingen van de (nieuwe) Richtlijn 2013/32/EU betreffende gemeenschappelijke procedures voor de toekenning en intrekking van de internationale bescherming (herschikking) is gekomen. Deze opmerking heeft daarom geen betrekking op de huidige situatie, waarin nog wordt getoetst aan de implementatiewetgeving van de huidige Procedurerichtlijn 2005/85.
10.4 Evenmin is het verlenen van de hiervoor genoemde vorm van beperkt rechtmatig verblijf in strijd met artikel 8 Vw Pro. De rechtbank ziet geen grond voor het oordeel dat hiermee sprake is van twee vormen van rechtmatig verblijf zonder dat daarvoor een wettelijke grondslag is, zoals eisers gemachtigde ter zitting heeft betoogd. In artikel 8, aanhef en onder f, Vw is immers neergelegd dat de vreemdeling in Nederland uitsluitend rechtmatig verblijf heeft in afwachting van een beslissing op een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning, bedoeld in artikelen 14 en 28, terwijl bij of krachtens deze wet dan wel op grond van een rechterlijke beslissing uitzetting van de aanvrager achterwege dient te blijven totdat op de aanvraag is beslist. Hieruit valt slechts af te leiden dat de aanvrager van een verblijfsvergunning rechtmatig verblijf heeft, niet dat de vreemdeling hiermee het recht heeft op elke willekeurige plaats op het grondgebied van Nederland te verblijven of zich vrij te bewegen op het gehele grondgebied van Nederland.
verderetoegang wordt geweigerd aan dezelfde categorie vreemdelingen, is geen wezenlijke wijziging.