AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Onrechtmatigheid en aansprakelijkheid van de Staat inzake thuiskopievergoeding en collectieve actie Stobi
Stichting Overlegorgaan Blanco Informatiedragers (Stobi) en aangesloten fabrikanten en importeurs vorderen dat de rechtbank verklaart dat de Staat onrechtmatig heeft gehandeld door het vaststellen en effectueren van verschillende algemene maatregelen van bestuur (AmvB’s) omtrent de thuiskopievergoeding. Zij stellen dat de tarieven onjuist zijn vastgesteld, onder meer doordat schade door kopiëren uit illegale bron werd verdisconteerd en doordat niet alle relevante informatiedragers werden meegenomen, wat heeft geleid tot te hoge heffingen en concurrentienadeel.
De rechtbank onderzoekt de ontvankelijkheid van Stobi in haar collectieve actie en oordeelt dat zij ontvankelijk is, omdat zij de belangen van haar achterban behartigt en de vorderingen binnen haar statutaire doelstelling vallen. Vervolgens wordt het verjaringsthema besproken, waarbij wordt vastgesteld dat de verjaringstermijn pas is gaan lopen bij bekendwording van de juiste uitleg van de Europese richtlijn, en dat de verjaring is gestuit door een aansprakelijkstelling in 2015.
De rechtbank analyseert de juridische grondslagen, waaronder de richtlijnconforme uitleg van artikel 16c Auteurswet en de Europese auteursrechtrichtlijn. Het oordeel is dat de thuiskopievergoeding alleen mag zien op kopieën uit geoorloofde bron en dat de Nederlandse wetgever dit niet correct heeft geïmplementeerd. De Staat wordt geacht onrechtmatig te hebben gehandeld door het vaststellen van AmvB’s die schade door illegale kopieën verdisconteren en door het incoherent heffen van vergoedingen alleen op traditionele dragers.
De rechtbank wijst erop dat Stobi de bewijslast draagt om aan te tonen dat de thuiskopievergoeding daadwerkelijk te hoog was en dat zij schade hebben geleden. De Staat voert aan dat de vergoeding niet te hoog was en dat schade niet aannemelijk is, maar dit verweer weerlegt de rechtbank niet definitief. De zaak wordt verwezen voor nadere bewijslevering en verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: De rechtbank verklaart Stobi ontvankelijk, oordeelt over onrechtmatigheid en verwijst de zaak voor nadere bewijslevering en verdere beslissing aan.
Voetnoten
1.Besluit van 17 februari 2007, houdende aanwijzing van de voorwerpen, bedoeld in artikel 16c van de Auteurswet 1912, Stb. 2007, 75.
2.Besluit van 16 november 2009 tot wijziging van het Besluit van 5 november 2007, houdende aanwijzing van de voorwerpen, bedoeld in artikel 16c van de Auteurswet 1912, en tot vaststelling van nadere regels over de hoogte en de verschuldigdheid van de vergoeding, bedoeld in artikel 16c van de Auteurswet 1912, Stb. 2009, 480.
3.TK 29 838, nr. 29.
4.Besluit van 23 oktober 2012, houdende aanwijzing van de voorwerpen, bedoeld in artikel 16c van de Auteurswet, en tot vaststelling van nadere regels over de hoogte en de verschuldigdheid van de vergoeding, bedoeld in artikel 16c van de Auteurswet, Stb. 2012, 515.
5.Besluit van 15 oktober 2013, houdende wijziging van het Besluit van 23 oktober 2012 tot aanwijzing van de voorwerpen, bedoeld in artikel 16c van de Auteurswet, en tot vaststelling van nadere regels over de hoogte en de verschuldigdheid van de vergoeding, bedoeld in artikel 16c van de Auteurswet, Stb. 2013, 400.
6.Besluit van 28 oktober 2014, houdende wijziging van het Besluit van 23 oktober 2012 tot aanwijzing van de voorwerpen, bedoeld in artikel 16c van de Auteurswet, en tot vaststelling van nadere regels over de hoogte en de verschuldigdheid van de vergoeding, bedoeld in artikel 16c van de Auteurswet, Stb. 2014, 410
7.HR 7 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:523 (https://www.navigator.nl/document/id7e88c6862e38454584d6a29b8027f005?anchor=id-88162630-1a13-4c6f-aefc-0756eee456e5) 8.HvJEU 16 juni 2011, ECLI:EU:C:2011:397
9.zie HR 21 maart 2003, ECLI:NL:HR:AE8462 (Waterpakt), HR 1 oktober 2004, ECLI:NL:HR:AO8913 (Faunabescherming))
13.zie bijvoorbeeld HvJEU 15 september 1998, ECLI:EU:C:1998:401 (Edis), punt 35, en HvJEU 24 maart 2009, ECLI:EU:C:2009:178 (Danske Slagterier), punt 32.
14.zie HR 21 september 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW5879, (ACI Adam e.a./Thuiskopie), r.o. 5.1.2 en 5.1.3 en het hiervoor genoemde arrest van de Hoge Raad in de zaak Staat/Norma, r.o. 4.2.2. 15.zie de Hoge Raad in de zaak ACI Adam e.a./Thuiskopie, r.o. 5.1.2 en 5.1.3.
16.zie HvJEU 29 april 2004, in zaak C-371/02 (Björekulla Fruktindustrier), punt 13.
17.zie het HvJEU in het Padawan-arrest en het in 5.7 genoemde Opus-arrest.
18.zie het HvJEU in ACI Adam e.a../Thuiskopie en in Copydan/Nokia.
19.verg. gerechtshof Den Haag van 23 mei 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:1359 in de procedures van Acer cs en Nokia (hierna: de Acer/Nokia procedures). 22.verg. HvJ EU 21 april 2016, ECLI:EU:C:2016:286 (Amazon), punt 18, en HvJ EU 22 september 2016, ECLI:EU:C:2016:717 (Microsoft), punt 27.
23.verg. het Padawan-arrest, punt 45-46 en Copydan-arrest, punt 21.
24.verg. het HP/Reprobel-arrest, punt 71.
25.verg. Vakantiedagen-arrest , r.o. 3.5.2.