ECLI:NL:RBDHA:2021:5292
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf nareis wegens ontbreken officiële identiteitsdocumenten
Eiser, een Eritrese nationaliteit dragende persoon, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor nareis bij zijn vermeende biologische vader die een asielvergunning heeft. De aanvraag werd afgewezen omdat eiser geen officiële documenten overlegde ter bewijs van zijn identiteit, terwijl geen bewijsnood werd aangenomen. Eiser stelde dat het te risicovol was om documenten mee te nemen tijdens zijn vlucht en dat hij zich niet meer tot de Eritrese autoriteiten kon wenden.
De rechtbank oordeelde dat eiser geen plausibele en concrete verklaring gaf voor het ontbreken van officiële documenten en dat de overgelegde kopieën van UNHCR-registratie en ARRA-verlofkaart geen substantieel indicatief bewijs vormden. Verweerder hoefde daarom geen nader onderzoek te verrichten naar de identiteit van eiser en kon terecht het beroep ongegrond verklaren.
Ook het bezwaar dat referent niet werd gehoord in de bezwaarprocedure werd verworpen omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees het af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf voor nareis wordt ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van officiële identiteitsdocumenten en onvoldoende bewijsnood.