ECLI:NL:RBDHA:2022:5938
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek machtiging voorlopig verblijf wegens ontbreken werkelijk gezinsleven
Eiseres, een Syrische vrouw, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf in Nederland in het kader van nareis bij haar echtgenoot, die eerder een verblijfsvergunning asiel had gekregen. Verweerder wees de aanvraag af omdat, hoewel het huwelijk rechtsgeldig was, er geen sprake was van een werkelijk gezinsleven tussen eiseres en haar echtgenoot voor diens komst naar Nederland.
Eiseres voerde aan dat het huwelijk en het contact via telefoon en sociale media voldoende waren en dat verweerder onzorgvuldig had gemotiveerd en het werkelijke gezinsleven onvoldoende had onderzocht. Tevens stelde zij dat het besluit in strijd was met het EVRM en Europese richtlijnen en dat zij of haar echtgenoot in bezwaar hadden moeten worden gehoord.
De rechtbank oordeelde dat het aan eiseres was om aannemelijk te maken dat er een werkelijk huwelijks- of gezinsleven bestond, en dat verweerder terecht had geoordeeld dat dit ontbrak, mede omdat zij elkaar nog nooit hadden ontmoet en geen gezamenlijke huishouding voerden. De rechtbank verwierp de bezwaren tegen het besluit, waaronder het beroep op het EVRM en de richtlijnen, en vond dat het afzien van het horen in bezwaar gerechtvaardigd was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees de proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een werkelijk gezinsleven.