Verzoekster ontving tussen 23 oktober 2020 en 2 november 2021 een Ziektewetuitkering. Zij stelt dat het UWV een fout maakte bij het inhouden van loonheffing, wat leidde tot naheffingsaanslagen over 2020 en 2021. Hierdoor zou zij financieel zijn benadeeld en verzocht zij het UWV om schadevergoeding. Het UWV wees dit verzoek af, stellende dat de naheffing een correctie is en er geen netto schade is.
Verzoekster diende vervolgens een verzoek in bij de bestuursrechter om het UWV te veroordelen tot schadevergoeding. De rechtbank oordeelde dat de bestuursrechter alleen bevoegd is bij schade als gevolg van een onrechtmatig besluit of onrechtmatige voorbereidingshandeling. De door verzoekster overgelegde jaaropgaven zijn echter geen besluiten in de zin van de Awb, en er is geen onrechtmatig besluit vastgesteld.
Daarom is de bestuursrechter onbevoegd om kennis te nemen van het verzoek. Voor schade wegens feitelijke handelingen van een UWV-medewerker is de burgerlijke rechter bevoegd. De rechtbank wees erop dat vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep bepaalt dat naheffing geen schade oplevert omdat het financiële nadeel per saldo niet bestaat.
De rechtbank verklaarde zich onbevoegd en bepaalde dat het betaalde griffierecht wordt terugbetaald. Verzoekster kan haar vordering alleen bij de burgerlijke rechter instellen.