ECLI:NL:RBDHA:2023:20679
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet-inbehandelingname asielaanvraag wegens Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Bulgarije als verantwoordelijke lidstaat is aangewezen op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank oordeelt dat Nederland terecht heeft vastgesteld dat Bulgarije verantwoordelijk is, mede omdat Bulgarije het verzoek tot terugname heeft aanvaard. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waarbij wordt aangenomen dat Bulgarije voldoet aan internationale verplichtingen en waarborgen bij de behandeling van asielzoekers.
Eiser voerde aan dat Bulgarije tekortschiet in opvang en rechtsbescherming, verwijzend naar eerdere uitspraken van de rechtbank Zwolle. De rechtbank volgt dit niet, mede gelet op recente uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State die bevestigen dat er geen reëel risico is op pushbacks of ontoereikende opvang voor Dublinclaimanten in Bulgarije.
Ook het argument dat de toegang tot de asielprocedure in Bulgarije afhankelijk is van een ontvankelijkheidstoets wordt verworpen, aangezien dit is toegestaan onder de Procedurerichtlijn. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij onrechtmatig gedetineerd is geweest of zal worden, of dat er sprake is van een fundamenteel verschil in beschermingsbeleid dat overdracht uitsluit.
De rechtbank ziet geen reden om het beroep aan te houden in afwachting van prejudiciële vragen en verklaart het beroep ongegrond zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard omdat Bulgarije als verantwoordelijke lidstaat wordt erkend en het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet is doorbroken.