ECLI:NL:RBDHA:2023:3001
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verblijfsvergunning wegens twijfel aan leeftijd en interstatelijk vertrouwensbeginsel in Dublinprocedure
Eiser, met Eritrese nationaliteit, vroeg op 13 juni 2022 een verblijfsvergunning asiel aan. De staatssecretaris weigerde deze aanvraag in behandeling te nemen omdat Italië verantwoordelijk zou zijn voor de asielprocedure op grond van de Dublinverordening. De geboortedatum van eiser werd door de Nederlandse autoriteiten aangepast naar een datum die hem meerderjarig verklaarde, gebaseerd op registratie in Italië.
Eiser betwistte zijn meerderjarigheid en stelde dat het leeftijdsonderzoek onzorgvuldig was, en dat de Nederlandse overheid onvoldoende onderzoek had gedaan naar de juistheid van de Italiaanse registratie. De rechtbank concludeerde dat er voldoende concrete aanknopingspunten zijn voor twijfel aan de in Italië geregistreerde geboortedatum, mede omdat de Italiaanse autoriteiten geen leeftijdsonderzoek hadden uitgevoerd en de vaststelling van meerderjarigheid onduidelijk was.
Daarnaast stelde eiser dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet onverkort kon worden toegepast vanwege de tijdelijke opschorting van Dublin-overdrachten naar Italië wegens onvoldoende opvangcapaciteit. De rechtbank oordeelde dat de situatie inmiddels een omslagpunt had bereikt, waarbij de staatssecretaris onvoldoende onderzoek had gedaan naar de opvangcapaciteit en de duur van de opschorting, waardoor het besluit onvoldoende gemotiveerd en zorgvuldig was.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en veroordeelde de staatssecretaris tot het nemen van een nieuw besluit, met inachtneming van de uitspraak. Tevens werden de proceskosten van eiser toegewezen.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.