Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Syrische asielzoeker, diende op 17 augustus 2022 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat uit Eurodac bleek dat eiser op 31 juli 2022 illegaal Italië was binnengekomen. Op grond van artikel 13 van Pro de Dublinverordening is Italië verantwoordelijk voor de behandeling van het verzoek.
Eiser betoogde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt vanwege ernstige tekortkomingen in de opvang in Italië en verwees naar eerdere uitspraken en eigen bewijs. De rechtbank oordeelde echter dat eiser niet voldeed aan de hoge drempel van zwaarwegendheid om het vertrouwensbeginsel te doorbreken.
De rechtbank stelde vast dat de tijdelijke opschorting van overdrachten naar Italië, zoals vermeld in een circular letter, geen structurele tekortkomingen aantoont. Ook verwees zij naar eerdere jurisprudentie die bevestigt dat tijdelijke belemmeringen niet leiden tot het vervallen van de verantwoordelijkheid van Italië.
Verder wees de rechtbank erop dat Italië met een claimakkoord heeft gegarandeerd de asielaanvraag te behandelen en dat eventuele problemen met opvang door eiser bij Italiaanse autoriteiten moeten worden aangekaart. Gezien deze omstandigheden zag verweerder geen reden om de aanvraag aan zich te trekken op grond van artikel 17 Dublinverordening Pro.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.