Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Syrische nationaliteit dragende vreemdeling, diende op 30 juli 2022 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat uit Eurodac-gegevens bleek dat eiser op 12 juli 2022 illegaal Italië was binnengekomen, waardoor Italië volgens artikel 13 van Pro de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
Eiser betoogde dat vanwege een tijdelijke opschorting van overdrachten door Italië en ernstige tekortkomingen in de opvang, het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer op Italië van toepassing is en dat individuele garanties vereist zijn. De rechtbank oordeelde dat eiser niet voldeed aan de hoge drempel om het vertrouwensbeginsel te doorbreken.
De rechtbank stelde vast dat de tijdelijke opschorting een feitelijk overdrachtsbeletsel is en geen structurele tekortkomingen in de opvang. Ook verwees zij naar eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak die het vertrouwensbeginsel bevestigen. Verweerder hoefde daarom geen individuele garanties te vragen en hoefde de asielaanvraag niet zelf in behandeling te nemen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter K.M. de Jager en griffier Ż.A. Meinert op 20 maart 2023 te Middelburg.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.