ECLI:NL:RBDHA:2023:8383
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaarde beroepen tegen intrekking Nederlanderschap en terugkeerbesluit wegens terroristische veroordeling
Eiser is onherroepelijk veroordeeld voor meerdere terroristische misdrijven en heeft hierdoor het Nederlanderschap ingetrokken gekregen op grond van artikel 14, tweede lid, onder b, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN). Daarnaast zijn een terugkeerbesluit, een inreisverbod van twintig jaar en weigering van verblijfsvergunningen opgelegd. Eiser voerde onder meer aan dat sprake zou zijn van dubbele bestraffing (ne bis in idem) en discriminatie tussen mono- en bipatride Nederlanders.
De rechtbank oordeelt dat de intrekking van het Nederlanderschap een bestuursrechtelijke ordemaatregel is en geen tweede strafrechtelijke sanctie vormt. Het ne bis in idem-beginsel staat hier niet aan in de weg. Ook is geen sprake van discriminatie, aangezien het onderscheid tussen mono- en bipatride Nederlanders volgens vaste rechtspraak geoorloofd is. De discretionaire ruimte van de minister om af te wijken van intrekking is beperkt en in dit geval niet overschreden.
De rechtbank weegt mee dat eiser onherroepelijk is veroordeeld en ondanks betoog van inkeer onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij geen gevaar meer vormt voor de nationale veiligheid. De rapportage van Forensisch Maatwerk wordt erkend maar niet doorslaggevend geacht. Ook het terugkeerbesluit, inreisverbod en weigering van verblijfsvergunningen zijn terecht genomen vanwege het actuele gevaar dat eiser vormt. Het beroep wordt in beide zaken ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen tegen intrekking Nederlanderschap, terugkeerbesluit, inreisverbod en weigering verblijfsvergunning worden ongegrond verklaard.