ECLI:NL:RBDHA:2024:10578
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning familie- of gezinslid op grond van artikel 8 EVRM bevestigd
Eisers, Syrische familieleden van referent, vorderden een verblijfsvergunning als familie- of gezinslid op grond van artikel 8 EVRM Pro. Verweerder wees de aanvraag af omdat er geen gezinsleven werd aangenomen tussen referent en zijn broers en zus, en de belangenafweging negatief uitviel.
Eisers voerden aan dat verweerder onvoldoende rekening hield met de objectieve belemmeringen om het gezinsleven in Syrië voort te zetten, de onveilige situatie aldaar en in Turkije, de minderjarige leeftijd van enkele eisers ten tijde van de aanvraag, en dat verweerder te zwaar woog aan het economisch belang van Nederland. Tevens werd een beroep gedaan op de Gezinsherenigingsrichtlijn voor gunstigere voorwaarden.
De rechtbank oordeelde dat verweerder alle relevante omstandigheden heeft betrokken en dat de belangenafweging niet onredelijk was. De objectieve belemmering in Syrië werd erkend maar niet doorslaggevend geacht. De minderjarige status van enkele eisers en de veiligheidssituatie werden adequaat meegewogen. Het economisch belang mocht worden betrokken en verweerder hoefde geen gunstigere voorwaarden te hanteren op grond van de Gezinsherenigingsrichtlijn.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand. Eisers kregen geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning als familie- of gezinslid wordt ongegrond verklaard.