ECLI:NL:RBDHA:2024:236
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid voortduren maatregel bewaring vreemdeling en beoordeling detentiecentrum Rotterdam
Eiser maakt bezwaar tegen het voortduren van zijn maatregel van bewaring sinds 8 juli 2023 en verzoekt tevens om schadevergoeding. De rechtbank heeft eerder al uitspraak gedaan over de rechtmatigheid van deze maatregel en toetst nu alleen de periode vanaf 3 oktober 2023 tot 3 januari 2024.
Eiser stelt dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend heeft gehandeld bij zijn uitzetting naar Marokko, en dat het zicht op uitzetting ontbreekt. De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris maandelijks vertrekgesprekken heeft gevoerd, regelmatig rappelleerde op de laissez-passer aanvraag, en dat de Marokkaanse autoriteiten de nationaliteit van eiser hebben bevestigd. Het gebrek aan medewerking van eiser aan zijn terugkeer leidt ertoe dat het voortduren van de bewaring voor zijn risico is.
Verder betoogt eiser dat het Detentiecentrum Rotterdam (DTC) niet voldoet aan artikel 16, eerste lid, van de Terugkeerrichtlijn vanwege vermenging van vreemdelingenbewaring met strafrechtelijke detentie. De rechtbank bevestigt op basis van eerdere rechtspraak en verklaringen van de plaatsvervangend vestigingsdirecteur dat het DTC een speciale inrichting is en dat vreemdelingenbewaring en strafrechtelijke detentie gescheiden worden gehouden.
De rechtbank concludeert dat de maatregel van bewaring rechtmatig voortduurt, wijst het beroep ongegrond en het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.