ECLI:NL:RBDHA:2025:11260
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit op de Dublinverordening, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
Eiser stelde dat Duitsland geen adequate opvang biedt en dat zijn situatie daar leidt tot schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro, onder verwijzing naar het Jawo-arrest en het Country Report Germany 2023. Ook vreesde hij onvoldoende bescherming tegen zijn schoonfamilie en refoulement zonder effectief rechtsmiddel.
De rechtbank overwoog dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt ten aanzien van Duitsland, dat zijn internationale verplichtingen nakomt en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Duitsland tekortschiet. Ook de bewering van bijzondere kwetsbaarheid werd niet onderbouwd met documenten, en het enkele feit dat eiser jong is, is onvoldoende.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en het besluit van de minister in stand blijft. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding en kan tegen deze uitspraak verzet instellen binnen zes weken.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.