Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[eiser 1] en [eiser 2] , eisers
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
29 februari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:870 en 27 juni 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2647, geoordeeld en zeer recent op 14 maart 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1080, 12 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2130, 26 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2387 en 19 juni 2025 ECLI:NL:RVS:2025:2745 nog eens bevestigd. Het vorenstaande betekent dat verweerder in beginsel mag uitgaan van het vermoeden dat Bulgarije zijn internationale verplichtingen tegenover eisers zullen nakomen. Dit vermoeden is weerlegbaar. Het is aan eisers om met concrete aanwijzingen aannemelijk te maken dat zij bij overdracht aan Bulgarije, als gevolg van het niet nakomen van internationale verplichtingen door de Bulgaarse autoriteiten, een reëel risico lopen op een met artikel 4 van Pro het Handvest en artikel 3 van Pro het EVRM strijdige behandeling.
12 november 2024 van deze rechtbank, zittingsplaats Haarlem (ECLI:NL:RBDHA:2024:19887) treft geen doel, omdat het in die procedures ging om asielaanvragen van vreemdelingen uit Turkije. De beroepsgrond slaagt dan ook niet.
Beslissing
mr.T.M.M. Plukaard, griffier.