ECLI:NL:RBDHA:2025:5321
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag op grond van Dublinverordening met verantwoordelijkheid Bulgarije
Eiser, van Syrische nationaliteit, diende op 24 september 2024 een asielaanvraag in Nederland in. Uit Eurodac-onderzoek bleek dat hij eerder op 13 augustus 2024 asiel had aangevraagd in Bulgarije. Nederland verzocht Bulgarije om terugname, wat werd aanvaard. Verweerder nam de aanvraag in Nederland niet in behandeling op grond van artikel 30 Vreemdelingenwet Pro 2000, omdat Bulgarije verantwoordelijk is.
Eiser stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet kan worden toegepast op Bulgarije vanwege het risico op schending van zijn rechten als LHBTI-persoon. Hij verwees naar eerdere uitspraken van deze rechtbank, maar deze waren door de Afdeling bestuursrechtspraak vernietigd. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitgaat van het vermoeden dat Bulgarije zijn internationale verplichtingen nakomt.
Verder voerde eiser aan dat terugkeer naar Bulgarije onevenredige hardheid oplevert vanwege geweld tegen LHBTI-personen en het ontbreken van effectieve bescherming. De rechtbank vond de enkele verwijzing naar het Country Report onvoldoende en stelde dat eiser zich bij problemen tot Bulgaarse autoriteiten kan wenden. Daarom is het beroep ongegrond verklaard en blijft het bestreden besluit in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.