Eiseres, Stichting Zorgpartners Midden-Holland, heeft namens een (ex-)werkneemster een verzoek tot herbeoordeling van het recht op een WIA-uitkering ingediend bij het UWV op 20 oktober 2022. Omdat het UWV niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist, heeft eiseres op 17 februari 2026 beroep ingesteld wegens het uitblijven van een beslissing.
De rechtbank stelt vast dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en dat het beroep gegrond is. Het UWV heeft een dwangsombeslissing van € 1.442,- ontvangen, maar nog geen inhoudelijke beslissing genomen. De rechtbank bepaalt dat het UWV binnen negen weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen, waarbij rekening wordt gehouden met de noodzaak van een medische beoordeling door een verzekeringsarts.
De rechtbank erkent het structurele tekort aan verzekeringsartsen als een bijzonder geval, maar handhaaft de termijn van zes weken voor de medische beoordeling en drie weken voor de besluitvorming, conform eerdere uitspraken. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor verdere overschrijding. Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
De uitspraak is gedaan door rechter M.M. Meessen en griffier S.C.M. Lodder op 19 mei 2026, zonder zitting, en betreft samenhangende zaken die gelijktijdig zijn behandeld.