Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Inleiding
Procesverloop
11 januari 2024 onvoldoende heeft gemotiveerd.
Beoordeling door de rechtbank
‘Mijn conclusie is dat, alles samengenomen, uw belang om familieleven uit te oefenen in Nederland niet opweegt tegen het algemeen belang van het voeren van een restrictief toelatingsbeleid.’
27 mei 2026 in het kader van de weging van het economisch belang geoordeeld hoe verweerder om moet gaan met een beroep van een vreemdeling op te verwachten toekomstige ontwikkelingen. Volgens de Afdeling mag verweerder, wanneer een vreemdeling een beroep doet op te verwachten toekomstige ontwikkelingen waarmee hij aan het economisch welzijn van Nederland zal kunnen bijdragen, dat niet alleen afdoen met de overweging dat dit een onzekere toekomstige gebeurtenis is. Verweerder zal deze omstandigheid in zijn beoordeling moeten betrekken en afhankelijk van het antwoord op de vraag hoe concreet de omstandigheid in het individuele geval is, meer of minder gewicht aan deze omstandigheid mogen toekennen. In het geval van eiseres heeft verweerder de verwachting dat zij op korte termijn zelfstandig zal worden meegenomen in de weging van hoe sterk het familieleven is. In de weging van het economisch belang heeft verweerder niet in het nadeel van eiseres meegenomen dat zij op korte termijn zelfstandig zou worden, maar heeft verweerder juist in haar voordeel betrokken dat referent voor haar de kosten kan dragen en dat zij bij referent kan wonen. De rechtbank kan deze weging volgen, zoals al is geoordeeld in overweging 8.2. Verweerder heeft verder in de weging van hoe sterk het familieleven is wel meegenomen dat eiseres op korte termijn zelfstandig zou worden, maar daar heeft verweerder wel gewaardeerd hoe concreet deze verwachte zelfstandigheid in het individuele geval van eiseres is. Verweerder heeft hier namelijk meegenomen dat eiseres al enige tijd zonder haar ouders in Nepal is en dat zij bezig is met haar studie. De rechtbank kan deze beoordeling van verweerder volgen.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand blijven;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 187,- aan eiseres te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 2.802,-.
mr.I.G.A. Karregat, griffier.