ECLI:NL:RBDHA:2026:1922
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- N. Meesters - van Luijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens ontbreken bijkomende afhankelijkheid en hechte banden
Eiseres, moeder van een in Nederland verblijvende zoon met Syrische nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor gezinshereniging met haar zoon, schoondochter en kleinkinderen. De minister wees de aanvraag af omdat niet was aangetoond dat er sprake was van een familie- of gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro, met name vanwege het ontbreken van bijkomende elementen van afhankelijkheid en hechte persoonlijke banden.
De rechtbank bevestigt dat de minister terecht heeft geoordeeld dat samenwoning in Syrië, waar het gebruikelijk is dat ouders bij kinderen wonen, niet automatisch leidt tot bijkomende afhankelijkheid. Er is geen financiële of emotionele afhankelijkheid die de gebruikelijke familiebanden overstijgt. Ook is onvoldoende gebleken dat eiseres een bijzondere rol heeft in de verzorging of opvoeding van haar kleinkinderen, waaronder een kleinkind met het Syndroom van Down.
De rechtbank benadrukt dat de belangen van de kinderen zijn meegewogen, maar dat deze niet doorslaggevend zijn zonder bewijs van hechte banden. De minister heeft de feiten en omstandigheden zorgvuldig en in onderlinge samenhang beoordeeld. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het besluit van de minister blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het besluit van de minister tot afwijzing van de mvv-aanvraag blijft in stand.