ECLI:NL:RBDHA:2026:20270
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening Kroatië
Eiser, van Syrische nationaliteit, diende op 4 december 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening, aangezien eiser via Kroatië illegaal het grondgebied betrad en daar een asielverzoek indiende.
Eiser voerde aan dat het voornemen van verweerder een standaardvoorstel was zonder voldoende individuele beoordeling, en dat hij in Kroatië mishandeld was, waardoor overdracht aan Kroatië onaanvaardbaar zou zijn. Ook stelde hij dat zijn gezinsleven in Nederland, met een verloofde, onvoldoende werd meegewogen.
De rechtbank oordeelde dat het besluit zorgvuldig was voorbereid en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt ten aanzien van Kroatië. De door eiser gestelde mishandeling bij binnenkomst in Kroatië leidt niet tot een reëel risico op een onmenselijke behandeling bij overdracht als Dublinclaimant. Ook is de gezinsband niet relevant voor de Dublinprocedure, omdat deze relatie niet bestond in het land van herkomst en de terugnameprocedure niet voorziet in gezinshereniging.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het besluit van verweerder. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.