Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 april 2026 in de zaak tussen
[eiser], v-nummer: [nummer], eiser
de minister van Asiel en Migratie
Samenvatting
.Het beroep is gegrond en het bestreden besluit wordt vernietigd. De minister heeft zich onvoldoende deugdelijk gemotiveerd op het standpunt gesteld dat de verklaring van eiser dat hij vanwege zijn geloof ten onrechte is beschuldigd van oplichting en is veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf (het vijfde asielmotief) ongeloofwaardig is. Omdat het standpunt dat de minister hierover heeft ingenomen doorwerkt in de beoordeling van de risico-inschatting en zwaarwegendheid, komt de rechtbank niet toe aan een beoordeling van de beroepsgronden die zich op die onderdelen van het bestreden besluit richten, dus ook niet voor wat betreft de wel geloofwaardig geachte asielmotieven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
- identiteit, nationaliteit en herkomst,
- eiser is koptisch christen,
- bij het openen van de koptische kerk in eisers dorp ontstonden problemen met moslims, de oogst van eisers familie werd gestolen of in brand gestoken en eiser is persoonlijk verschillende keren aangevallen door moslims vanwege zijn geloof,
- vanwege zijn geloof is eiser ten onrechte beschuldigd van aanranding van een vrouw, en
- vanwege zijn geloof is eiser ten onrechte beschuldigd van oplichting en veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf.
- a) eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat de door hem genoemde familie alleen aangifte heeft gedaan vanwege het feit dat hij koptisch christen is,
- b) eiser zijn stelling dat hij is veroordeeld niet heeft onderbouwd met documenten,
- c) eisers verklaring dat hij niets wist van de aangifte wegens oplichting niet aannemelijk is,
- d) eiser tegenstrijdig heeft verklaard over de reden dat hij naar het klooster ging,
- e) eisers verklaringen dat hij zich niet kan verweren tegen de uitspraak wisselend zijn en strijdig met wat uit openbare bron blijkt,
- f) eiser tegenstrijdig heeft verklaard over de reden van de vervolging die aanleiding is geweest voor zijn vertrek,
- g) eiser tegenstrijdig heeft verklaard over hoe en welk rechtbankdocument bij zijn familie terecht is gekomen,
- h) het niet aannemelijk is dat eiser ondanks de veroordeling een uitreistoestemming kreeg en zonder problemen kon uitreizen.
volledigonderbouwt, is in die zin dan ook geen sprake. [10] De rechtbank volgt de minister in zijn standpunt dat met het overleggen van enkel een kopie van een vonnis, eiser de gestelde veroordeling niet met objectieve documenten, die authentiek zijn en waarvan de echtheid kan worden vastgesteld, heeft onderbouwd. Dat lijkt eiser op zich ook niet te betwisten. Naar het oordeel van de rechtbank stelt de minister zich vervolgens (en naar de rechtbank begrijpt: in het kader van stap 2b van de geloofwaardigheidsbeoordeling) niet ten onrechte op het standpunt dat eiser geen overtuigende en onderbouwde verklaring heeft gegeven voor het niet kunnen overleggen van een origineel rechtbankvonnis. Eiser wijst er terecht op dat de minister enkel stelt dat uit openbare bron zou blijken dat een advocaat in Egypte originele rechtbankstukken, zoals een vonnis, kan opvragen bij de rechtbank, maar niet de bron(nen) noemt waaruit dat zou volgen. [11] Daar staat echter tegenover dat eiser zijn stelling dat hij een origineel rechtbankvonnis niet kan verkrijgen alleen onderbouwt met een verwijzing naar een passage in het ambtsbericht. Uit de betreffende passage (opgenomen in een voetnoot) volgt niet meer dan dat er een voorbeeld is van een zaak waarin advocaten geen behoorlijke toegang tot het dossier hadden omdat ze slechts kort de dossiers mochten inkijken wanneer ze bij de rechtbank waren. Daaruit volgt niet dat een procespartij in Egypte geen origineel vonnis krijgt of kan verkrijgen. Daar komt nog bij dat eiser zelf heeft verklaard dat zijn advocaat in Egypte toegang had tot zijn dossier en hij bovendien geen aantoonbare moeite heeft gedaan om alsnog het originele vonnis te verkrijgen dan wel om, bijvoorbeeld via een verklaring van zijn advocaat, nader toe te lichten waarom zijn advocaat het originele vonnis niet namens hem kan verkrijgen. Eiser heeft daarom niet voldoende aannemelijk gemaakt dat hij het originele rechtbankvonnis niet kan verkrijgen. Onder deze omstandigheden heeft de minister ook geen aanleiding hoeven zien om het ministerie van Buitenlandse Zaken te verzoeken om, al dan niet via het opstellen van een individueel ambtsbericht, onderzoek te doen naar het bestaan van dit vonnis.
kantegen het vonnis, maar heeft verklaard dat hij niet in beroep
wilomdat hij gedurende dat beroep dan gevangen zal zitten. [22] Bij het voorgaande komt volgens eiser nog dat de minister onvoldoende rekening houdt met het referentiekader van eiser, in die zin dat hij niet juridisch is onderlegd en van hem daarom geen juridisch sluitende verklaringen verwacht mogen worden. [23]
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt de minister op om binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak en met inachtneming van deze uitspraak opnieuw op de asielaanvraag van eiser te beslissen;
- veroordeelt de minister tot betaling aan eiser van € 1.868 aan proceskosten.