Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 3 juni 2019
[X] B.V., te [Z] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Enschede, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- stelt de verschuldigde BPM vast op € 436.406;
- bepaalt dat verweerder over de teruggaaf heffingsrente dient te vergoeden overeenkomstig de wettelijke bepalingen;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;
- veroordeelt verweerder aan eiseres een vergoeding voor immateriële schade te betalen van € 1.250;
- veroordeelt de Staat aan eiseres een vergoeding voor immateriële schade te betalen van € 250;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 235;
- bepaalt dat verweerder het betaalde griffierecht van € 334 aan eiseres dient te vergoeden.
Rechtsmiddel
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;