Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van
[naam stichting]uit [plaats] , eiser
de Autoriteit Persoonsgegevens, de AP
Samenvatting
€ 58.125
.Dit betekent dat het beroep gegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
- een HP ML 350-server met een Western Digital 1 TB SATA harde schijf;
- een Dell EqualLogic SAN-server met 16 harde schijven;
- een back-uptape.
Kon eiser redelijkerwijs beschikken over de persoonsgegevens op de Western Digitale harde schijf?
- De verklaring van de tipgever dat hij de HP ML350-server met harde schijf heeft gekocht op de veiling van de failliete [naam stichting] ;
- De door de tipgever overgelegde aankoopfactuur van [naam veilingbedrijf] met betrekking tot kavel [kavelnummer] ;
- De zichtbare visuele overeenkomsten tussen de door de [naam veilingbedrijf] gepresenteerde informatie over kavel [kavelnummer] en hetgeen de toezichthouders van de AP bij de tipgever hebben aangetroffen;
- Het taxatierapport opgesteld in opdracht door de curator. Die maakt melding van 2 HP back-up servers, type Proliant ML350;
- De bij de tipgever aanwezige gelabelde apparaten met benamingen BACKUP, EX1 en EX2. Deze benamingen staan ook op het overzicht van de hardware van [naam stichting] die door de curator is opgeleverd aan de AP.;
- De aangetroffen persoonsgegevens op de harde schijf. Het gaat om een grote hoeveelheid bestanden met veel bijzondere en gevoelige persoonsgegevens van zowel (oud)medewerkers als (oud)cliënten van [naam stichting] . Daaronder begrepen zijn gegevens over salaris, NAW-gegevens, BSN nummers, gegevens over ontslagprocedures en medische gegevens.
9.6. De redelijke termijn is dus aangevangen op 14 januari 2020. Dit betekent dat, op het moment van het doen van deze uitspraak, de redelijke termijn van twee jaar is overschreden met drie jaar en zeven maanden. De rechtbank acht het passend en geboden om de boete in dit geval met 25% te matigen. Dit betekent dat de boete wordt gematigd tot een bedrag van € 58.125.
Conclusie en gevolgen
De minister moet ook het door eiser betaalde griffierecht van € 184 vergoeden.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit voor wat betreft de hoogte van de boete;
- herroept het besluit van 9 december 2021 voor wat betreft de hoogte van de boete;
- stelt de hoogte van de boete vast op € 58.125;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde deel van het bestreden besluit;
- bepaalt dat de AP het griffierecht van € 184 aan eiser moet vergoeden;
- veroordeelt de AP tot betaling van € 1.814 aan proceskosten aan eiser.
mr. S.E.M. Lichtenberg, leden, in aanwezigheid van mr.L. Janssen, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op:
Informatie over hoger beroep
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
„verwerkingsverantwoordelijke”: een natuurlijke persoon of rechtspersoon, een overheidsinstantie, een dienst of een ander orgaan die/dat, alleen of samen met anderen, het doel van en de middelen voor de verwerking van persoonsgegevens vaststelt; wanneer de doelstellingen van en de middelen voor deze verwerking in het Unierecht of het lidstatelijke recht worden vastgesteld, kan daarin worden bepaald wie de verwerkingsverantwoordelijke is of volgens welke criteria deze wordt aangewezen;
j) de opschorting van gegevensstromen naar een ontvanger in een derde land of naar een internationale organisatie gelasten.