ECLI:NL:RBHAA:2011:BQ5622
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en vermindering navorderingsaanslagen en boetes inzake buitenlandse banktegoeden
Eiser werd geconfronteerd met navorderingsaanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV) en vermogensbelasting (VB) over de jaren 1990 tot en met 1996, gebaseerd op gegevens van buitenlandse bankrekeningen bij KB-Lux. Verweerder legde boetes van 100% op wegens het niet opgeven van deze tegoeden. Eiser maakte bezwaar en stelde onder meer dat de navorderingstermijn van twaalf jaar onverenigbaar was met EU-regelgeving en dat de gegevens onrechtmatig waren verkregen.
De rechtbank oordeelde dat de navorderingsaanslagen (behalve VB 1996) met redelijke voortvarendheid waren opgelegd en dat de verlengde navorderingstermijn conform EU-recht was toegepast. De gegevens uit België mochten als bewijs worden gebruikt, ondanks betwisting door eiser. De bewijslast rustte op eiser, die onvoldoende bewijs leverde om de aanslagen te weerleggen. De rechtbank matigde de boetes met 15% vanwege de wijze van vaststelling en met 20% wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De navorderingsaanslag VB 1996 werd vernietigd wegens te late oplegging. De overige aanslagen en boetes werden verminderd tot redelijke bedragen. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het hoger beroep staat open.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de navorderingsaanslag VB 1996, vermindert overige aanslagen en boetes en veroordeelt verweerder in proceskosten.