Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 20 augustus 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
Samenvatting
Beoordeling door de rechtbank
.
Rechtbank Limburg
Eiseres ontving algemene en bijzondere bijstand vanaf 2015, ingeschreven op een uitkeringsadres in Roermond. Het college trok het recht op bijstand in en vorderde € 47.033,33 terug over de periode 1 januari 2020 tot en met 30 april 2024, omdat eiseres niet had gemeld dat zij niet meer op het uitkeringsadres woonde. De rechtbank oordeelt dat het college terecht heeft gehandeld, omdat eiseres haar inlichtingenplicht heeft geschonden.
De rechtbank baseert dit op het extreem lage waterverbruik op het uitkeringsadres, het pingedrag van eiseres dat vooral in een andere woonplaats plaatsvond, en haar eigen verklaringen aan de sociale recherche waarin zij erkende niet meer in Roermond te wonen. Eiseres gaf tegenstrijdige verklaringen, maar de rechtbank hechtte vooral waarde aan de verklaring dat zij niet meer in Roermond woonde, ondersteund door objectieve gegevens.
Eiseres voerde aan dat haar psychische problematiek haar handelen beïnvloedde en dat het college onvoldoende belangenafweging had gemaakt. De rechtbank concludeert echter dat eiseres zich bewust was van de gevolgen van haar handelen en dat het college wel degelijk een belangenafweging heeft gemaakt. De terugvordering is volgens de rechtbank proportioneel en noodzakelijk, mede gezien de wettelijke verplichtingen en de bescherming van de beslagvrije voet.
Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard, zij moet de ten onrechte ontvangen bijstand terugbetalen en krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiseres moet € 47.033,33 terugbetalen aan het college.