Uitspraak
1.Kern van de zaak
2.De procedure
- de dagvaarding van 30 december 2024;
- het incidentele verzoek ex artikel 195 Rv Pro tevens houdende conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie;
- de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie tevens houdende conclusie van antwoord in het incident;
- de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie;
- de conclusie van dupliek in reconventie, tevens akte uitlating producties.
3.3. De feiten
4.De vordering en het verweer in de hoofdzaak en in het incident
Bij de beoordeling of de stellingen voldoende concreet en onderbouwd zijn en of het verweer voldoende gemotiveerd is weegt mee dat beide partijen al zeer lange tijd – in elk geval sinds de opt-out door contractant in 2007 – weten dat over de totstandkoming van de overeenkomsten en de afwikkeling daarvan een gerechtelijke procedure gevoerd zal (kunnen) worden, zodat van hen verlangd mag worden de voor hun procespositie relevante informatie en stukken te hebben verzameld en bewaard.
- een kopie van de overeenkomsten van 7 september 1999 met contractnummers 39200293 en 39200294, voorzien van de tekst:
“Adviseur ATP00367 – Primaz Adviesgroep B.V.”,
De financiële dienstverlening in het algemeen en het adviseren op het gebied van hypotheken, financieringen, beleggingen en assurantiën in het bijzonder’,
- dat ten onrechte de gemachtigde van de afnemer op zijn woord wordt geloofd;
- dat zonder verder bewijs wordt aangenomen dat sprake is geweest van advisering door de tussenpersoon;
- dat ten onrechte wordt aangenomen dat op Dexia een onderzoeks- en vastleggingsplicht rust, en
- dat Dexia ten onrechte niet wordt toegelaten tot (tegen)bewijs.
€ 135,00