24.3.Door de combinatie van de tekst en de afbeeldingen in het bestreden besluit I hoeft eiseres naar het oordeel van de rechtbank niet in het duister te tasten: de groen gemarkeerde trapopgang en geel gemarkeerde technische ruimte moeten worden verwijderd. De trap zelf is, behalve voor zover deze uit het oorspronkelijke dak steekt, niet gemarkeerd (wat onverlet laat dat het voor het opvolgen van de last noodzakelijk of vrijwel onvermijdelijk kan zijn om het gehele nieuw aangebrachte gedeelte van de trap te verwijderen). De beroepsgrond slaagt niet.
25. Niet in geschil is dat de trapopgang en technische ruimte vergunningplichtig zijn. Deze zijn gebouwd in afwijking van de verleende omgevingsvergunning. Dat betekent dat het college terecht heeft aangenomen dat sprake is van een overtreding van artikel 2.1, eerste lid, onder a, en artikel 2.3a van de Wabo (bouwen zonder omgevingsvergunning, respectievelijk in stand laten van een zonder omgevingsvergunning gebouwd bouwwerk).
26. Eiseres stelt dat voor de interne trap geen omgevingsvergunning nodig was, zodat er geen overtreding is. De rechtbank overweegt hierover dat uit hetgeen onder 24.3 is overwogen, volgt dat de last niet ziet op de interne trap.
27. De rechtbank wijst er volledigheidshalve op dat het college alleen (overtreding van) de artikelen 2.1, eerste lid, onder a, en 2.3a van de Wabo aan de last ten grondslag heeft gelegd en dus niet overtreding van artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo (bouwen in strijd met het bestemmingsplan). Evenmin heeft het college (overtreding van) artikel 2.1, eerste lid, onder f (verstoring of wijziging van een monument) aan de last ten grondslag gelegd.
Beginselplicht tot handhaving
28. Zoals de Afdeling heeft overwogen in haar uitspraak van 5 maart 2025,geldt bij handhavingsbesluiten als uitgangspunt dat het algemeen belang gediend is met handhaving en dat om die reden in de regel tegen een overtreding moet worden opgetreden. Handhaving blijft dus voorop staan. Handhavend optreden is alleen onevenredig als er in het concrete geval omstandigheden zijn waaraan een zodanig zwaar gewicht toekomt dat het algemeen belang dat gediend is met handhaving daarvoor moet wijken. Dan is er een bijzonder geval waarin toch van handhavend optreden moet worden afgezien. Een bijzonder geval kan zich bijvoorbeeld voordoen bij concreet zicht op legalisatie, maar ook andere omstandigheden van het concrete geval kunnen leiden tot het oordeel dat er een bijzonder geval is. Andere redenen om van handhavend optreden af te zien kunnen zich bijvoorbeeld voordoen bij een schending van het gelijkheidsbeginsel of het vertrouwensbeginsel.
29. Hierna gaat de rechtbank in op de beroepsgronden van eisers die betrekking hebben op de vraag of er bijzondere omstandigheden zijn die maken dat van handhavend optreden moet worden afgezien.
( i)
Concreet zicht op legalisatie
30. Eiseres stelt dat sprake is van (concreet) zicht op legalisatie, omdat de aangevraagde omgevingsvergunning tot legalisatie van de technische ruimte had moeten worden verleend.
31. De rechtbank is van oordeel dat er ten tijde van het opleggen van de last onder dwangsom en ten tijde van het bestreden besluit I geen sprake was van (concreet) zicht op legalisatie van de technische ruimte. De aanvraag van 7 mei 2021 heeft geleid tot een weigering van de omgevingsvergunning voor de technische ruimte. De rechtbank heeft onder 22.8 geoordeeld dat het college deze vergunning heeft mogen weigeren. De gewijzigde aanvraag op basis waarvan wel een vergunning is verleend (de technische ruimte zonder trapopgang en dakdoorbraak, maar met een vlizotrap) dateert van 22 november 2023, en dus van na het bestreden besluit I.
( ii)
Evenredigheid van de last en (van de) hoogte van de dwangsom
32. Volgens eiseres heeft de last onder dwangsom onevenredige gevolgen en kan deze de toets aan het evenredigheidsbeginsel niet doorstaan. Ten aanzien van de geschiktheid van de sanctie voor het beoogde doel stelt eiseres dat de trap niet meer kan worden hersteld in de oude staat, omdat de balustrade is doorgezaagd. De overtreding is verder zeer gering en er is geen overlast: de buren hebben niet geklaagd en door de technische ruimte is er juist minder geluids- en zichthinder. Het college had verder het beroep tegen de weigering van de omgevingsvergunning moeten afwachten.
33. Verder stelt eiseres dat het college de hoogte van de dwangsom niet heeft gemotiveerd. Het gaat om twee bouwdelen, waardoor onvoldoende duidelijk is wat als een afzonderlijke overtreding door het college wordt gezien. De technische ruimte draagt niet bij aan de inkomsten van het hotel. De dwangsom is voor eiseres niet op te brengen en zal leiden tot faillissement.
34. Het college stelt in het bestreden besluit I dat de maatregel geschikt en noodzakelijk is om de monumentale waarden en stedenbouwkundige structuur te herstellen. Uit de deskundigenadviezen volgt dat sprake is van een ernstige aantasting van monumentale/ cultuurhistorische waarden. Verder acht het college relevant dat omwonenden hebben geklaagd over het gebruik door mensen van het (door de trap en dakdoorbraak toegankelijk gemaakte) dak als dakterras. Bij het bepalen van de hoogte van het dwangsombedrag is rekening gehouden met de aard en ernst van de overtreding. Ook is rekening gehouden met de kosten voor het plaatsen van de illegale bebouwing van ongeveer € 20.000,-
35. De rechtbank overweegt als volgt.