Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 december 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats 1] , eiseres
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
“Om te bewerkstelligen dat daadwerkelijk niet verder wordt gebouwd of gesloopt, leggen wij u in dit geval een last onder dwangsom op. Dit mogen wij op grond van artikel 5:32 van Pro de Awb. De last houdt in dat u geen verdere bouw- en loopwerkzaamheden laat verrichten met betrekking tot het voornoemde pand. Als u toch doorgaat met de werkzaamheden zonder dat een omgevingsvergunning is verleend, dan verbeurt u een dwangsom van € 25.000,- per geconstateerde overtreding van de last met een maximum van € 50.000,-.”De rechtbank is van oordeel dat hiermee duidelijk is omschreven welke gedragingen tot invordering van de dwangsom leiden, namelijk verdere bouw- en sloopwerkzaamheden met betrekking tot het pand. Van een evidente onjuistheid van de last is daarom geen sprake. Deze beroepsgrond slaagt niet.
“De toezichthouder heeft aangegeven dat bij het uitspreken van de mondelinge bouwstop niet is verzocht om het bouwwerk wind- en waterdicht te maken. Deze maatregelen zijn bedoeld om schade op korte termijn te voorkomen. U kunt alsnog contact opnemen met de toezichthouder, de heer [A] , via het algemene nummer van de ODRU. Dit betreft alleen tijdelijke en constructief zeer beperkte werkzaamheden. Hiervoor wordt de bouwstop niet opgeheven. Dit betekent niet dat u het bouwwerk af mag maken, het gaat zoals gezegd om tijdelijke maatregelen. (…)”.Uit dit bericht kan niet worden afgeleid dat de werkzaamheden waren toegestaan. De rechtbank is van oordeel dat het eiseres op basis van deze e-mail duidelijk had moeten zijn dat contact kon worden opgenomen met de toezichthouder om over het toestaan van beperkte maatregelen te spreken. Eiseres heeft ter zitting aangegeven dat zij naar aanleiding van deze e-mail géén contact heeft opgenomen met de heer [A] , omdat zij hem niet vertrouwt en vindt dat hij liegt. Wat daar ook van zij, de rechtbank merkt op dat het ook dan op de weg van eiseres had gelegen om contact op te nemen met de ODRU naar aanleiding van deze e-mail. Dat eiseres bewust heeft besloten om dat niet te doen, zoals zij op de zitting heeft verklaard, komt voor haar risico. Eiseres heeft geen contact gezocht en zelf de (onjuiste) conclusie getrokken dat zij deze werkzaamheden kon verrichten. Deze beroepsgrond slaagt niet.