Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
23 december 2025 terecht is geoordeeld dat buiten redelijke twijfel [1] is dat het beroep ongegrond is. Zij doet dit aan de hand van de gronden van het verzet. De rechtbank kijkt (nog) niet of opposante gelijk heeft met haar beroep. Dat gebeurt pas als de rechtbank van oordeel is dat de uitspraak van de rechtbank van 23 december 2025 niet juist was.
Oordeel over het gebruik van artikel 8:54 Awb Pro
1.Bewijslast en volgorde: concretisering veronderstelt een volledig verweer
2.Legaliteit: ontbrekende wettelijke en reglementaire grondslag
3.Systeem van de Algemene wet bestuursrecht
4.Eenzijdige ingreep in een tweezijdige procesdynamiek
5.Evenredigheid: generieke zwaarste sanctie zonder differentiatie
Subsidiair en uitdrukkelijk onder protest: nadere concretisering van de beroepsgronden.
- verklaart het verzet ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
mr.D. Burggraaf, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 juli 2026.