ECLI:NL:RBNHO:2016:2175
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling boete Participatiewet wegens niet-melden gezamenlijke huishouding
De rechtbank Noord-Holland behandelde een zaak over een boete opgelegd op grond van de Participatiewet wegens het niet melden van een gezamenlijke huishouding, wat leidde tot onterecht ontvangen bijstand. Verweerder had aanvankelijk een boete van €5.880,- opgelegd, later verlaagd naar €4.480,- en uiteindelijk naar €730,-. Eiseres betwistte de boete en stelde dat geen sprake was van grove schuld, maar hooguit gewone of verminderde verwijtbaarheid.
De rechtbank oordeelde dat verweerder niet had aangetoond dat sprake was van grove schuld, maar dat 50% van het benadelingsbedrag een passend uitgangspunt was. Verminderde verwijtbaarheid was niet aannemelijk, mede omdat eiseres op de hoogte was van haar inlichtingenplicht en wist dat de woonsituatie invloed had op haar recht op bijstand. De rechtbank stelde de boete daarom vast op €490,-, gebaseerd op 50% van de toepasselijke bijstandsnorm.
Daarnaast werd het beroep tegen het eerste bestreden besluit niet-ontvankelijk verklaard omdat het nieuwe besluit in de plaats was gekomen. De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten van eiseres. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De boete wegens niet-melden gezamenlijke huishouding wordt vastgesteld op €490,- wegens onvoldoende bewijs van grove schuld.