Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 25 november 2020 in de zaken tussen
[X] , wonende te [Z] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Eindhoven, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Herkomst vermogen
Navorderingen Box 2
Debiteringen UBS nr. 241 -295028
Opnamen
Navorderingen inkomstenbelasting (box 3) en primitieve aanslag
Toestemming overschrijding navorderingstermijn
Vergrijpboete Box 2
Motivering boete
Strafverzwarende- en strafverminderende omstandigheden
- Zijn de navorderingsaanslagen voor de jaren 2003 tot en met 2011 terecht opgelegd?
- Zijn de vergrijpboeten over de jaren 2003 tot en met 2005, 2007 en 2009 tot en met 2013 terecht opgelegd en zo ja, zijn deze naar de juiste bedragen opgelegd?
- 12 oktober 2015, zijnde het moment van de bevestiging van de ontvangst van de inkeermelding omdat eiser gelet op de wettekst en het beleid van de Belastingdienst op dat moment al rekening diende te houden met het opleggen van boeten, nu de mogelijkheid van boetevrij inkeren al in juli 2014 door de Belastingdienst was verlaten;
- 7 december 2016, zijnde de dag waarop een medewerker van de Belastingdienst aan eiser heeft meegedeeld dat er volgens de Belastingdienst geen sprake is van inkeer;
- 13 april 2017, zijnde de dag waarop aan eiser schriftelijk is bericht door de Belastingdienst dat deze eventuele vergrijpboeten wil opleggen; en
- 26 oktober 2017, zijnde de dag waarop het gesprek heeft plaatsgevonden tussen eiser en verweerder.