ECLI:NL:RBNHO:2020:6834
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde woning en toekenning dwangsom wegens niet-tijdig beslissen
Eiseres betwistte de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van haar woning voor 2018, stellende dat deze te hoog was en dat het hoorgesprek niet correct was verlopen. De rechtbank oordeelde dat het hoorgesprek juist was gehouden en dat verweerder niet aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld. De rechtbank stelde de waarde daarom vast op €1.050.000.
Daarnaast stelde de rechtbank vast dat verweerder een dwangsom van €1.442 had verbeurd wegens niet-tijdig beslissen op het bezwaar en veroordeelde verweerder tot betaling van deze dwangsom met wettelijke rente. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van immateriële schade van €500 wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De rechtbank veroordeelde verweerder ook tot vergoeding van proceskosten van €1.592,16 en het betaalde griffierecht. De uitspraak verving de eerdere vernietigde uitspraak op bezwaar en leidde tot een verlaging van de aanslag onroerende-zaakbelastingen naar de vastgestelde waarde van €1.050.000.
Uitkomst: De WOZ-waarde wordt vastgesteld op €1.050.000, dwangsom van €1.442 toegekend en verweerder veroordeeld in proceskosten en immateriële schadevergoeding.