Uitspraak
Rechtbank noord-holland
Vennootschappen) zijn voornemens om allen individueel een toetredingsbrief (de
Toetredingsbrieven) aan te gaan in verband met een EUR 118.670.000 kredietovereenkomst (de
Kredietovereenkomst) gesloten op 30 oktober 2012 tussen, onder meer, [eiseres] B.V. als kredietnemer en [bank 1] Bank N.V. als agent en security agent. De banken die onder de Kredietovereenkomst optreden als leners zijn [bank 5] SA/NV, [bank 6] S.A., [bank 7] SA/NV (handelend onder de naam [bank 7] ) en [bank 8] NV/SA.
Groep) en voor werkkapitaal van de Groep.
Aandelenoverdracht). Vervolgens zal [bedrijf 2] B.V. dividend uitkeren aan [eiseres] B.V. (haar nieuwe moedervennootschap). [bedrijf 2] B.V. zal dit dividend financieren onder de Kredietovereenkomst (en de betaling van dit dividend aan [eiseres] B.V. zal [eiseres] B.V. toelaten een gedeelte van haar bankschuld af te betalen die was aangegaan om de acquisitie van de Groep te financieren). Als gevolg van de Aandelenoverdracht zal de structuur van de Groep, met voornamelijk een Nederlandse en een Belgische tak, verduidelijkt worden (…). Bovendien zorgt de gekozen structuur (inclusief de dividenduitkering door [bedrijf 2] B.V.) ervoor dat de voorwaarden van de financiering, alsook de organisatorische, administratieve en fiscale gevolgen, geoptimaliseerd kunnen worden.”
(…)
4.6 The Drawdown Loans shall be repaid in accordance with the terms of clauses 6.16 to 6.23 subject to the provisions of clause 8. Each of the Investors shall be a creditor in respect of the Drawdown loan (…)
(…)
6.16 Subject to clauses (…), all Income Proceeds and Capital Proceeds of the Partnership shall be distributed in the following order of priority.”
[bedrijf 6]”), the adviser of our sole shareholder, the [naam 9] (“
[naam 13]”), we are pleased to submit and outline this binding offer for the acquisition of [bedrijf 1] NV, (together with its subsidiaries the “
Business” or “
[eiseres]”) (the “
Proposed Transaction”) (the “
Offer”).
Investments
(…).
(G) In addition, to further increase and strengthen the equity of the Company, [bedrijf 7] and [bedrijf 8] will grant shareholder loans to the Company (the
Shareholder Loans). [bedrijf 8] will also grant a vendor loan to the Company in the framework of the Transaction (the
Vendor Loan).
inter aliaas a result of the issue of the Subscription Shares and the granting of the Shareholder Loans (the
Capital Increase) and the Vendor Loan will enable the Company to subscribe to a capital increase at the level of [eiseres] B.V.”
Permitted Payments: intra-Group Liabilities); or
Permitted Enforcement: Intra-Group Lenders).”
Article 1
Loan”.
Maturity Date”).
115,979.33
THIS AGREEMENTis dated 19 December 2012 and is made
BETWEEN:
[naam 2] B.V., a limited liability company incorporated under the laws of the Netherlands [
in de overeenkomst met [bedrijf 8] N.V. (2): Grand Duchy of Luxembourg] (…) as borrower (the
Borrower); and
[bedrijf 7] S.à r.l.[
in de overeenkomsten met [bedrijf 8] N.V.:[bedrijf 8] N.V.], a [public] limited liability company (“naamloze vennootschaps / société anonyme”) incorporated under the laws of the Grand Duchy of Luxembourg [
in de overeenkomsten met [bedrijf 8] N.V.:Belgium] (…), as lender (the
Lender).
in de overeenkomsten met [bedrijf 8] N.V.:[bedrijf 7] S.à.r.l.) as purchaser and [bedrijf 8] NV [
in de overeenkomsten met [bedrijf 8] N.V.:the Lender], [bedrijf 10] and [bedrijf 11] SCA as selling shareholders (the
Sale and Purchase Agreement), [eiseres] B.V. has undertaken to purchase 23,158,896 class A shares and 5,144,753 class B shares of [bedrijf 1] NV, a public limited liability company having made a public call on savings incorporated under the laws of Belgium (…) (the
Facilities Agreement) [
in de overeenkomst met [bedrijf 7] S.a.r.l.:and (ii) a shareholder loan and vendor loan to be made available by [bedrijf 8] NV]. [
in de overeenkomsten met [bedrijf 8] N.V.:The Lender has agreed to fund part of the purchase prices owed under the Sale and Purchase Agreement, being EUR 11,989,765 [
overeenkomst (2):EUR 7.500.000] by a loan to the Borrower pursuant to this Agreement.]
in de overeenkomst met [bedrijf 7] S.a.r.l.:(C) It is a condition precedent under the Facilities Agreement that the existing indebtedness of the Company and its subsidiaries is refinanced. The Lender has agreed to make an available a loan in the amount of EUR 38,966,735 In view of such refinancing.
1.INTERPRETATION
2.LOAN
in de overeenkomsten met [bedrijf 8] N.V.:
overeenkomst (2):EUR 7.500.000] on the Capital Increase Completion Date.
3.PURPOSE
in de overeenkomsten met [bedrijf 8] N.V.:
in de overeenkomsten met [bedrijf 8] N.V.:, but has a right to do so.]
4.REPAYMENT
Voluntary prepayment), Clause 5.2 (
Mandatory prepayment) and Clause 9.5 (
Acceleration), the Borrower must repay the Loan in full on the Final Maturity Date.
6.INTEREST
8.PAYMENTS
on a pro rata basis” shall mean that a Payment will be made under each
Deze alinea is niet opgenomen in de overeenkomst met [bedrijf 8] N.V. (2)]
9.EVENTS OF DEFAULT
Acceleration)) is an Event of Default.
10.CALCULATIONS
11.COSTS
13.SUBORDINATION
LOAN NOTE
besloten vennootschaps met beperkte aansprakelijkheid), having its official seat in [vestigingsplaats] , the Netherlands, (…), (
[eiseres]),
Shares) in the capital of [bedrijf 2] B.V. on 27 December 2012 before a deputy of mr. [naam 14] , civil law notary in Amsterdam (the
Deed of Transfer), it has been agreed that the purchase price to be paid by [eiseres] to [bedrijf 1] N.V. for the Shares will be left indebted by means of four short-term loan notes.
Receivable).
-/- € 1.526.187
- Indien alleen naar de schijn sprake is van een lening, terwijl partijen in werkelijkheid hebben beoogd een kapitaalverstrekking tot stand te brengen (schijnlening);
- Indien de lening is verstrekt onder zodanige voorwaarden dat de schuldeiser met het door hem uitgeleende bedrag in zekere mate deel heeft in de onderneming van de schuldenaar (deelnemerschapslening);
- Indien een aandeelhouder aan zijn deelneming een geldlening verstrekt onder zodanige omstandigheden dat aan de uit die lening voortvloeiende vordering, naar hem reeds aanstonds duidelijk moet zijn geweest, voor het geheel of voor een gedeelte geen waarde toekomt omdat het door hem ter leen verstrekte bedrag niet of niet ten volle zal kunnen worden terugbetaald (bodemlozeputlening).
- Het was niet de bedoeling van partijen om geldleningen overeen te komen; de werkelijke bedoeling volgt zowel uit het geheel van afspraken over rente, aflossen en bijstorten met onder andere investeerders en banken, waarin wordt gesproken van en kenmerken zijn te vinden van ‘equity’ of eigen vermogen;
- De bedoeling om kapitaal te verstrekken volgt ook uit de tussen de betrokken partijen geldende ‘Subscription Agreement’ waar in de onderdelen E, G en H met betrekking tot die geldverstrekkingen de woorden ‘share capital’, ‘equity’ en ‘capital increase’ worden gebruikt;
- De leningen gedragen zich als eigen vermogen door hun achterstelling en het ontbreken van de wil om af te lossen of rentebetalingen te doen, dan wel door de plicht om bij te storten: het wachten was op een ‘exit’.
Indien een schuld binnen het bereik van artikel 10a, lid 1, van de Wet valt, komt de rente ter zake van die schuld bij het bepalen van de winst in beginsel niet in aftrek. Aftrek is echter wel mogelijk indien de belastingplichtige een geslaagd beroep doet op een van de tegenbewijsregelingen van artikel 10a, lid 3, van de Wet.
In de eerste plaats ligt, zoals hiervoor in 3.3.2 is overwogen, in het systeem van de Wet besloten dat de belastingplichtige, in het onderhavige geval een concern, keuzevrijheid heeft bij de wijze van financiering van een vennootschap waarin hij deelneemt.
De omstandigheid dat een storting van kapitaal in een verbonden lichaam strekt ter verwezenlijking van zakelijk gefundeerde doeleinden sluit echter niet uit dat aan de wijze van financiering overwegingen ten grondslag liggen die niet in overwegende mate zakelijk zijn. Na de invoering van de in artikel 10a, lid 3, aanhef en letter a, van de Wet neergelegde dubbele zakelijkheidstoets sluit de omstandigheid dat een binnen een concern opgezette financieringsstructuur uiteindelijk een zakelijk doel dient, derhalve niet uit dat een geldlening van een verbonden lichaam die onderdeel van die financieringsstructuur is, onder het bereik valt van de uitsluiting van renteaftrek. In die zin maakt artikel 10a van de Wet door het niet in aftrek toelaten van verschuldigde rente inbreuk op de vrijheid van belastingplichtigen bij het inrichten van hun financieringsstructuur.
In de tweede plaats heeft de belastingplichtige, en in het onderhavige geval een concern, de vrijheid zijn economische belangen en (financiële) middelen onder te brengen in een in Nederland gevestigde vennootschap, ook al wordt die keuze bepaald door omstandigheden die zijn gelegen in de sfeer van de belastingheffing. Anders dan met betrekking tot de hiervoor vermelde inbreuk op de vrijheid van de belastingplichtige met betrekking tot de keuze van zijn financieringsstructuur, blijkt uit de parlementaire behandeling van artikel 10a van de Wet niet dat met de invoering van die bepaling beoogd is deze tweede vrijheid te beperken. Daarom moet ervan worden uitgegaan dat de omstandigheid dat de Nederlandse vennootschap door het concern om fiscale redenen is ingeschakeld, voor de in het kader van artikel 10a, lid 3, letter a, van de Wet plaats vindende beoordeling van de beweegredenen van de desbetreffende rechtshandeling en de geldlening niet van belang is.
Voor zover artikel 10a, lid 1, van de Wet, in samenhang gelezen met lid 3, aanhef en letter a, van dat artikel, een inbreuk vormt op deze systematiek door het niet in aftrek toelaten van verschuldigde rente, moet deze regeling, mede gelet op de totstandkomingsgeschiedenis en de daarin gebruikte voorbeelden, beperkt worden uitgelegd.
De rente op de leningen van [bedrijf 7] S.a.r.l. wordt daarom niet getroffen door de aftrekbeperking van artikel 10a van de Wet Vpb.
- de rentelasten op de schuld aan [bedrijf 1] N.V. voor het in geschil zijnde bedrag van € 1.732.715 op grond van artikel 10a, eerste lid, onder c, van de Wet Vpb niet in aftrek van de winst van eiseres in het boekjaar 2012/2013 kunnen komen;
- de rentelasten op de leningen van [bedrijf 8] N.V. en van [bedrijf 7] S.a.r.l. vooralsnog wel in aftrek komen van de winst van eiseres.
€ 6.725.211 aangebracht op de in aftrek gebrachte transactiekosten. Bij uitspraak op bezwaar heeft verweerder de navolgende correcties ten opzichte van de aangifte Vpb 2012/2013 aangebracht:
1.117.286
622459.632 202.368
529.062
- 3.467.637
(411.986)
(€ 2.538.889 -/- 459.632 =) € 2.079.257 in 2012/2013 ineens ten laste van het resultaat mag worden gebracht. Verweerder betoogt dat deze kosten niet in aftrek moeten worden toegelaten omdat het kosten zijn die verband houden met de verwerving van de deelneming of omdat de kosten niet bij eiseres thuis horen en dat zij in elk geval niet ineens in aftrek komen.
(€ 20.000.000) zou ontvangen. Op grond van de Facilities Agreement is echter slechts een fee van 2,5%, overeenkomend met de fee van de overige banken, aan [bank 3] verschuldigd, zo heeft verweerder aangevoerd. Eiseres stelt dat het bedrag van
€ 300.000 een additionele arrangement fee is die aan [bank 3] betaald is. Eiseres heeft naar het oordeel van de rechtbank aannemelijk gemaakt dat zij deze kosten gemaakt heeft (dit volgt immers uit de betaling aan [bank 3] ), alsmede dat sprake is van financieringskosten welke in aftrek van haar winst kunnen worden gebracht. De rechtbank gaat daarbij uit van de brief van 24 september 2012 waarin staat dat er 4% verschuldigd is en de daarbij gegeven verklaring van eiseres dat deze extra fee buiten de met andere partijen gemaakte afspraken moest blijven. Dat de overgelegde factuur van [bank 3] niet op briefpapier van [bank 3] is afgedrukt doet daar niet aan af.
€ 99.686
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar, behoudens de beslissing over de vergoeding van proceskosten;
- vermindert de aanslag Vpb 2012/2013 tot nihil;
- stelt het verlies voor het jaar 2012/2013 vast op een bedrag van € 917.018;
- vernietigt de beschikking inzake belastingrente;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van de uitspraak op bezwaar;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 3.795; en
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 338 aan eiseres te vergoeden.